Afbeelding
Foto: Gemeente Zwolle

Veertig internationale TU-onderzoekers doen Zwolle aan

Algemeen

ZWOLLE - Climate Campus en Regio Zwolle ontvingen afgelopen week een groep van ruim veertig internationale onderzoekers verbonden aan 4TU Centre for Resilience Engineering, een samenwerkingsverband van de vier Technische Universiteiten in ons land.

Deze 4TU Resilience Community onderzoekers hebben zich onder andere gebogen over de vraag hoe de regio Zwolle zich verder kan ontwikkelen in het licht van klimaatverandering. En hoe de regio klimaatadaptatie leidend kan maken bij alle ontwikkelingen in de 22 gemeenten van Regio Zwolle. Hun tweedaags bezoek aan Zwolle stond in het teken van kennisuitwisseling rond het internationale thema resilience (veerkracht), waarbij zij zich verdiepten in de ontwikkelingen in deze regio.

Klimaatexcursie

De onderzoekers maakten daarnaast een boot- en fietstocht door Zwolle. Hierbij werden zij rondgeleid door klimaatexperts Nanco Dolman en Bas Agerbeek van respectievelijk ingenieursbureaus Royal HaskoningDHV en Arcadis en stedenbouwkundige Henk Snel van gemeente Zwolle. Deze klimaattoer voerde langs interessante klimaatprojecten waaronder de Spoorzone, bij de herinrichting ook ingericht als Superspons, klimaatbestendig Kraanbolwerk en Frankhuis.

Groeiregio

Het bezoek is volgens de gemeente Zwolle interessant voor de Regio Zwolle dat onlangs werd aangewezen door het Rijk als NOVI-gebied (Nationale Omgevingsvisie). “De regio is daarmee gedurende enkele jaren een experimenteergebied: een klimaatbestendige groeiregio en ‘Delta van de Toekomst’, waarin klimaatadaptatie en water leidend zijn voor alle ontwikkelingen; denk aan woningbouw, infrastructuur, agrarische bedrijvigheid en sociaaleconomisch. De verwachting is dat de status van NOVI-gebied vaker bezoeken van (inter)nationale delegaties zal aantrekken. Ook verwachten we dat de onderzoeken en experimenten inzichten gaan opleveren die Nederland, maar ook regio’s en landen in Europa en de wereld, kunnen helpen bij het ontwikkelen van veerkracht en toekomstbestendigheid.”