Het Hopmanshuis.
Het Hopmanshuis. Foto: Ingrid Oosten

Zwolle en zijn koloniale geschiedenis 1: het Hopmanshuis

· leestijd 1 minuut Algemeen

In een reeks van vijf gebouwen gaan we deze zomer door de koloniale geschiedenis van Zwolle. Zwolle staat niet bekend om haar koloniale verleden, toch zijn er nog sporen uit die tijd terug te vinden op hedendaagse gebouwen. Elly Touwen-Bouwsma is onze gids. Zij is historisch antropoloog en medeoprichtster van de website www.koloniaalerfgoedtevoet.nl. In dit eerste deel gaan we naar het Hopmanshuis.

(Door Ingrid Oosten)

Het Hopmanshuis aan het Rodetorenplein 15 werd omstreeks 1663 gebouwd door de Zwolse koopman Claes de Cock. Zwolle was in die tijd een belangrijk overslagcentrum tussen enerzijds Amsterdam, de Zuiderzee en het Zwarte Water en anderzijds het achterland, Duitsland. Het Hopmanshuis werd dan ook gebouwd als handelsmagazijn. 

Nu ligt er tussen het gebouw en het water een stoep, een weg en nog een stoep, maar toentertijd was er slechts een smalle kade en was de ligging dus optimaal. De grote luiken aan de achterkant van het gebouw verwijzen naar de scheepsvaart van weleer.

Aan diezelfde achterkant staat nog te lezen: “Van IJsendijks verpakte koffie.” Dit was een bekende koffiebranderij in het begin van de vorige eeuw die nog naar de vroegere functie van het gebouw verwijst. Van IJsendijks was een Rotterdamse firma met fabrieken in Rotterdam, Antwerpen en Zwolle. De fabriek stond toentertijd aan de Thorbeckegracht 8. De waren die voornamelijk verhandeld werden - en die dus in het Hopmanshuis lagen- waren: tabak, koffie, thee, rijst, specerijen en kleurstoffen, maar ook hout, wijn, boter, graan en hooi vonden hun weg naar Nederland.

Aan de overkant van het water, waar nu brasserie de Hofvlietvilla te vinden is, op de hoek van het Zwarte Water en de Achtergracht, was in de 19de eeuw scheepstimmerwerf van Goor gevestigd. Zij maakten en herstelden alleen houten schepen; de schepen die door de Vecht konden varen: platbodems, zeilboten en roeiboten.
Op de burgemeester van Roijensingel staat nog een kantoorgebouw uit deze tijd, voorzien van een balkon op zuilen waar boven een gevelsteen met de tekst ‘Bank Doyer & Kalff’ prijkt. De bank werd opgericht in 1825 en bestaat nog steeds als een speciale bank in edelmetalen. In 1846 richtten Doyer & Kalff een rederij op.

De schepen werden vooral ingezet bij de koloniale zeilvaart naar Nederlands-Indië en Suriname. De opkomst van de textielindustrie en de groei van de Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM) maakten dat de investering in zeilschepen aantrekkelijk was. De NHM werd in 1824 opgericht door koning Willem I met het doel, na het failliet gaan van de VOC, de handelsrelaties tussen Nederland en de koloniën te herstellen en verder uit te bouwen. 

De koloniale producten die hun schepen vervoerden gingen rechtstreeks naar Amsterdam en deden Zwolle niet aan. Tussen 1855 en 1871 hebben er dertien schepen voor Doyer & Kalff gevaren waarvan er drie met man en muis vergingen en vier verongelukten zonder slachtoffers. De algemene malaise in de zeilvaart na 1857 was een reden om de vloot geleidelijk af te bouwen en gezonken schepen niet te vervangen. Zes van de schepen werden gebouw door scheepstimmerman Willem Roelof van Goor.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.