Paulus ten Doeschate, Gerrit Bril  Aart Hoogcarspel hielden onlangs een lezing over schuilkerken.
Paulus ten Doeschate, Gerrit Bril Aart Hoogcarspel hielden onlangs een lezing over schuilkerken. Foto: Aangeleverd

Schuilkerken van Zwolle 1: inleiding

· leestijd 1 minuut Algemeen

ZWOLLE -- In de 17de en 18de eeuw waren er in Zwolle schuilkerken. Dat zijn plekken op zolders en in schuren die vanaf de openbare weg niet te zien zijn en die vluchtroutes hebben ingeval van invallen door de schout (politiecommissaris). Gelovigen mochten hun geloof niet in het openbaar belijden, maar waren genoodzaakt om schuilkerken te gebruiken. In Zwolle ging het om de Katholieke, Lutherse en Doopsgezinde Kerk. In dit eerste deel een stuk geschiedenis.

(door Ingrid Oosten)

In de vijftiende en zestiende eeuw was er grote onvrede over de Katholieke Kerk. De geestelijken hadden veel macht, maar waren corrupt. Ze schoven elkaar goede baantjes toe, daarnaast hadden veel geestelijken een relatie ondanks de belofte van celibaat. Ook werd er getwijfeld aan het afkopen van de zonde en over de rijkdom van de kerk. Men predikte over een eenvoudig leven met volle overgave voor God, maar ondertussen zag de bevolking de geestelijken rijker worden, de kloosters meer land kopen en de kerken fraaier en rijker versierd worden, terwijl er onder de bevolking veel armoede was en mensen worstelden om te overleven.
Daarnaast was er de verweving tussen kerk en politiek waar men tegen in opstand kwam. In die tijd moest men een tiende penning belasting betalen en daar kwam men tegen in opstand, omdat men het teveel vond.

In juni 1580 liep het in Zwolle uit op een gewapend conflict. De gereformeerden wonnen de strijd en daarmee werd de publieke uitoefening in de Katholieke, Lutherse en Doopsgezinde Kerk verboden. Het Zwolse stadsbestuur, waar toen ook nog katholieken in zaten, kozen voor de Reformatie.
Vanaf 1629 worden de katholieken steeds verder beperkt in hun publieke bestaan. Ze worden geweerd uit ambtelijke functies en moeten zich bekeren tot het geformeerde geloof om in het bestuur te komen.

Qua geloof moet het allemaal soberder. De muurschilderingen in de kerk worden overgeschilderd, want er moet tijdens de dienst geen afleiding zijn. De beelden worden weggehaald en alle opsmuk wordt verboden. De nadruk kwam op de Bijbel te liggen; op het Woord en verder niets.

Na bijna twee eeuwen van schuilkerken krijgt Nederland in 1795 te maken met de gevolgen van de Franse Revolutie. In 1796 wordt een wet aangenomen waarin staat dat alle kerkgebouwen moeten worden verdeeld onder de kerkgenootschappen. Dit blijkt vooral een papieren wet, want bijna nergens wordt het toegepast, ook in Zwolle niet. In 1809 zorgt koning Lodewijk Napoleon, die dan koning van Holland (is het huidige Nederland exclusief Zeeland, Brabant en Limburg) is, dat de kerken weer aan de verschillende geloofsgenootschappen worden toegewezen op basis van hun percentage van de bevolking in de diverse plaatsen. De Katholieken hebben hun dienst weer in de Onze Lieve Vrouwekerk (maar niet in de Grote- of sint Michaelkerk). De Lutheranen blijven in hun kerk in de Koestraat en de Doopsgezinden in hun eigen kerk aan de Wolweverstraat. Ook mogen ze weer laten zien aan de stad dat ze er zijn. Dit leidt tot veel nieuwbouw en verbouw van kerken in de negentiende eeuw.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.