
Rondje Extra: Arthur van ’t Proeflokaal van Zwolle: ‘Ik ben een pleaser’
· leestijd 3 minuten Rondje SwolleSinds 12 oktober 1981 heeft Zwolle een Proeflokaal. Mocht je het niet weten, bijna niet voor te stellen, dat lokaal is gevestigd aan de Blijmarkt 3 en momenteel is Arthur van Tongeren de zesde eigenaar van dit ‘top café’, een beoordeling van ene Ilja van Tongeren op de site van dit café. Die achternaam, toch geen familie!?
(door Peter de Jong)
Wat hebben Marcel Meulhof, Ingrid Niessink, Barend Holman, Arjan Broekman, Thomas Veltman en Arthur van Tongeren met elkaar gemeen? Juist, allen waren (Arthur is) eens eigenaar van een bijzonder café in de Zwolse binnenstad. Bijzonder vanwege de beperkte bedrijfsruimte binnen maar opmerkelijk groot doordat de stoep aan de voorkant als het ware bij de inboedel hoort. “Dit café zonder buiten? Zou nooit kunnen, zonder die buitenruimte zou ik stoppen. Die stoep is voor mijn gasten heilig, zelfs bij vrieskou staan ze buiten. Dat krijg je er niet uit, is ook de charme van dit café. En ja, buiten wordt ook nog wel gerookt. De gemiddelde caféganger is niet bepaald een toonbeeld van gezondheid.” Zo, die staat, de eerste woorden van Van Tongeren komen binnen.
Lustrum
Deze maand viert Van Tongeren zijn eerste lustrum als eigenaar van ’t Proeflokaal waar hij overigens vanaf 2013 al werkzaam is. Die vijf eigenaarsjaren zijn volgens Van Tongeren voorbijgevlogen. “Veel mensen vonden het leuk dat ik dit café van Thomas heb overgenomen. De eerste driekwart jaar na de overname was echt gillend druk. Daarna kwam corona maar daar hebben we het maar niet over. In die periode heb ik in de autobranche gewerkt. Na corona ging het weer vol gas. Grappig en interessant in die vijf jaar is dat het café weinig verandert maar het publiek uiteindelijk wel. Er gaan letterlijk mensen dood, mensen worden ouder en komen minder en er komen heel veel nieuwe mensen bij. Dat een klein hok als dit aantrekkelijk blijft voor jong spul.”
Over zijn gasten zegt Van Tongeren dat die net zo veelzijdig zijn als de muziek die in het Proeflokaal – voor intimi het Proef – gedraaid wordt. “Ze komen hier van begin 20 tot de oudste, volgens mij is dat Piet. Hij is 82, hoewel Clemens is zelfs nog ietsje ouder. Allen hebben wel één gemeenschappelijke deler: ze zijn allemaal bijdehand. Goed gebekt en veel ondernemende en doenende types. Je zult hier weinig van die muurbloempjes tegenkomen.”
Aandacht
Wat horeca voor Van Tongeren echt leuk maakt is de gezelligheid. Hij is een pleaser, wil het mensen zo leuk mogelijk maken en dat ze vol en gelukkig naar huis gaan. Voor de goede orde, vol betekent niet vol met drank. “Ik bezorg gasten een leuke avond met muziek, drank, hapjes en aandacht. Dat laatste is erg belangrijk. Ik maak er een sport van om van iedereen die hier binnenkomt te weten wat zijn of haar favoriete muzieknummer is. Dan draai ik die gewoon ergens tussendoor. Dat varieert van Nederlandstalig/Hazes tot Creedence, zelfs de Cats wordt hier regelmatig gedraaid.”
De aandacht die Van Tongeren zijn gasten geeft begint al bij het naderen van het café. In de weerspiegeling van de winkel tegenover hem ziet hij een gast, weet dat die een vaasje drinkt en op het moment dat de gast het café binnenwandelt staat dat vaasje al voor hem/haar klaar.
Drankjes
Een opmerkelijke trend binnen het consumptief gedraag van gasten zijn de cocktails. Een hardloper, mensen laten zich niet meer ‘afschepen’ met een biertje, een lauw witte wijn of berenburg cola. Wijnen, rum, heel populair, tientallen whisky’s, diverse tequila’s, gin en speciaal biertjes, in ’t Proeflokaal is het aanbod enorm. “Het is een must om het assortiment voor elkaar te hebben. Zelfs de speciaal bieren, voorheen hier niet zo’n dingetje, lopen goed. Maar dit zal nooit een speciaal biercafé worden. Waarom? Daar heb ik te weinig zitplekken voor. Speciaal bierdrinkers zijn vaak groepjes die aan een tafelt apart willen zitten. Bij mij is het fluitje het meest gedronken biertje. Behalve voor de mensen met een grote dorst, zij nemen een vaasje.”
Balans
Na zijn eerste lustrum als eigenaar volgt ongetwijfeld een tweede. “Het belangrijkste is dat je fris blijft als je een café runt. Doe dus ook dingen buiten het café om. Als het weer het toelaat pak ik mijn sportfiets en ga wielrennen. Vijf jaar geleden heb ik dit café gefinancierd met leningen. Binnenkort lopen de aflossingen af. Dan blijft er meer geld over. Je kunt dan twee dingen gaan doen; of je steekt het in je zak òf je gaat meer verdienen en investeren in personeel. Om zelf iets meer rust te nemen en een goede balans tussen werk en privé te hebben. Mijn vader is econoom en die zegt altijd: een winst draaiend bedrijf moet je nooit verkopen en een verlies draaiende onderneming nooit financieren. Dit café draait prima, wij kunnen er goed van leven en ik heb er lol aan. Verkopen? Nee, tenzij iemand 3 miljoen biedt. Krijgt die morgen de sleutel.”































