
Bij PEC trainer Jansen moet het iedere dag een beetje beter
· leestijd 4 minuten SportPEC ZWOLLE - De interlandweek, het einde van de transfermarkt en de interne evaluatie met spelers en staf die exact een week geleden plaatsvond. Allemaal aanleidingen om het gesprek aan te gaan met PEC Zwolle trainer Johnny Jansen. Over hoe het team er nu opstaat, het PEC Zwolle verhaal richting nieuwe spelers en ‘geforceerd’ leiderschap in de groep. “Alles wat we samen doen, moet meer van ons worden.”
(door Erik Riemens)
Jansen is een tevreden en blij mens, zeker na de overtuigende 3-0 zege op Heracles Almelo. En misschien ook wel omdat hem een paar vrije dagen wacht. Want sinds de eerste training op zondag 23 juni, was het ‘iedere dag keihard werken.’ “Dat afstand nemen lukt mij wel, via de app blijf ik contact met de staf, maar dat is op een ontspannen manier. Een fotootje, wie zit waar en wat is degene aan het doen? Met Gerry (Hamstra, ER) heb ik wat serieuzer contact. Hoe is het met de geblesseerde spelers die wel op de club zijn? En de internationals? Er is altijd contact en zo blijf je toch elk moment bezig.”
Chemie
De 49-jarige trainer is goed te spreken over de verrichtingen van zijn ploeg. “In de voorbereiding speelden we tegen De Graafschap en lieten we zien dat we kunnen voetballen. Nu is de weerstand omhoog gegaan en hebben we een heel ander team, maar zie ik dat we steeds beter zijn gaan voetballen. Ik vind dat er een goede dynamiek is. Wij zijn heel veel bezig met het trainen op als spelers elkaar aankijken, begrijpen ze dan wat er moet gebeuren? Weten ze dan wat ze zelf willen of wat de ander gaat doen? Dat heet chemie en klinkt simpel, maar dat is het niet. Toch heb je spelers die elkaar zien en het dan gewoon weten. Hij wil de bal nu diep of op dat moment juist in z’n voet hebben. Of die speler komt in de bal en de andere gaat dan diepte maken. Zo moet er een bepaalde dynamiek op het veld ontstaan. Daar zie ik echt een hele goede ontwikkeling in.”
Rust
“We hebben met Utrecht, Feyenoord en NEC tegen drie clubs uit de top zeven gespeeld. Over de tweede helft tegen Feyenoord was ik écht niet tevreden, maar voor de rest zijn we niet weggespeeld en hadden we punten kunnen pakken. En als je dan tegen een concurrent als Heracles heel fris voetbal speelt, je vooruit durft te spelen en dat je dan wint met 3-0, ja, dan ben ik heel tevreden. Maar het kan en moet nog beter, omdat we beter willen worden en omdat PEC op de lange termijn een stabiele eredivisieclub moet zijn. We zijn bezig met een plan en dat geeft ons rust. Een onderdeel daarvan is ook - maar dan praat ik meer over de kortere termijn - dat je met zijn allen niet in de war moet raken na drie nederlagen, maar ook niet na drie zeges.”
Met Sherel Floranus, Simon Graves, Dylan Vente, Olivier Aertssen en Jamiro Monteiro zorgde PEC op de valreep voor een kordate kwaliteitsimpuls van de selectie. “Het voordeel is ook dat we spelers hebben die op meerdere plekken kunnen spelen zoals Velanas, El Azzouzi, Floranus, Van den Berg en Krastev, al speelde hij vorig jaar ook al in een vrije rol van links. Dus we kunnen schuiven als het zou moeten. Op dit moment ben ik blij met de selectie die er nu is en hoe we spelen. Een ding is zeker: volgend seizoen ziet dit team er weer heel anders uit. Dat is inherent aan een opleidingsclub als PEC Zwolle.”
Werkelijkheid
“Het gaat om het eerlijke PEC Zwolle verhaal dat wij te vertellen hebben. Dus bijvoorbeeld over de ruimtes in het stadion als je als trainer eens rustig met een speler wilt praten. Iedereen zoekt en vindt zijn plekje, maar toch. Of over de trainingsaccommodatie. We doen de warming up op veld vier, trainen daarna op veld vijf en spelen in het stadion. Het gaat dus niet zozeer over de ruimtes, maar om de kwaliteit. Die moet omhoog. En ik weet dat iedereen daar keihard aan werkt, Alfred en zijn mensen (Meiberg, ER) als het gaat om de velden, de mensen van de receptie, in de keuken of op kantoor. Iedereen bij de club steekt energie in jou en biedt jou een podium. Dat gevoel moeten wij spelers geven en dat is het PEC Zwolle verhaal.”
“Gerry en ik krijgen daar ook positieve reacties op, dus doen we dat goed. Ik zeg altijd maar zo ‘spelers moeten hier komen voor de gouden mensen, niet voor de gouden kranen’ en Gerry heeft het iedere keer over dat de werkelijkheid bij PEC beter moet zijn dan hoe wij ‘m vertellen.”
Leiderschap
Met het vertrek van Bram van Polen (”Ik hoop dat Bram in de toekomst weer terugkomt bij de club”), Sam Kersten, Younes Namli en Lennart Thy verdween er naast ervaring en routine ook leiderschap uit de selectie. “Dat is nog niet geland, maar wel een proces dat aan het landen is. Het is natuurlijk gedrag. Waar spelers vertrekken, staan anderen op. Ryan Thomas is de aanvoerder van de groep. Hij en Mike Hauptmeijer zijn zo belangrijk in de kleedkamer. Davy is nu mijn aanvoerder in het veld. Hij is geen natuurlijke leider, maar die hebben we dit seizoen ook niet echt. Ik heb de term geforceerd weleens genoemd. Ik praat er veel over met hem en ik zie Davy groeien in die rol. Hij heeft zich goed ontwikkeld en laten we wel wezen: het is toch iets moois om aanvoerder van PEC Zwolle te zijn?”
“Voor mij is het belangrijk om te voelen en te weten wat er speelt in de groep. Ik kijk, vraag en luister. Ook dat is een onderdeel van mijn takenpakket als trainer. Dat betekent veel bespreken met de groep en de staf. Doen we de goede dingen en wat kan en moet er beter? Dwight heeft natuurlijk veel meegemaakt, Henry en Diederik (Van der Vegt, assistent- en Boer, keeperstrainer, ER) zijn jongens van de club en Ronnie Pander ken ik door en door. Dat contact is superbelangrijk voor mij. We doen het samen. En alles wat we samen doen, moet meer van ons worden.”






























