
Rondje wijkcafé: Grand Café Zuijdt
· leestijd 2 minuten Rondje SwolleZWOLLE - De stad groeit, het aantal inwoners neemt toe en de horeca bepaalt, naast winkelen en cultuur, het profiel van het Stadshart, de Stadskrans en de Stadsruit. Drie stedelijke termen uitgelicht uit de omgevingsvisie ‘ons Zwolle van morgen’. De gemeente stelt in een kernboodschap dat het uitvoerende horecabeleid dient te worden geactualiseerd. Met nieuwe ambities rond gebiedsontwikkeling wordt het horecabeleid – nu aangeduid als Omgevingsprogramma Horeca – in de discussie meegenomen. Zoals horeca in wijken. Rondje Swolle in gesprek met Jaap Lamfers en Denise van der Windt, uitbaters van een wijkcafé in Zwolle Zuid.
(door Peter de Jong)
Jaap: “wij zitten nu acht jaar met ons café in Zwolle-zuid. Gearriveerd? Wij hebben en leiden een leuk leven. Dit is alles wat wij doen en genieten ervan. Niet om rijk te worden maar om een hele leuke dagindeling te hebben. Er is niets leuker om te zien dat iets lukt waar wij aan begonnen zijn. Gaandeweg zijn hier alle soorten mensen gekomen. Ja, deze plek hebben de mensen omarmd. Omdat mensen hier hun ding kunnen doen, het is hun plek geworden. Wij zijn ermee begonnen maar deze plek is nu van hen. Je moet nooit vergeten, de mensen maken de sfeer. Wij zorgen voor de randvoorwaarden. Kijk om je heen, ik ben een heuse kringloper, zoek altijd naar oude spulletjes. Ook gitaren maar daar heb ik er inmiddels te veel van.”
Denise: “vergeet niet ons team, wij hebben echt een fantastisch team. Mensen die bij ons komen werken, komen altijd via via. Hun ouders komen hier, nemen de kinderen mee die hier hun eerste horeca-ervaring opdoen. Maar ook vrienden van de mensen die hier komen. Ze komen allemaal op de sfeer af. Het is ook een sneeuwbaleffect. De dochter van Hans Stroeve, ook een wijkbewoner, werkt hier en de kleindochter van Charles Fontijn (een bekende Zwolse horecaman die twee jaar geleden is overleden/PdJ) gaat hier binnenkort aan de slag. Dan krijg je het oude café de Docter verhaal en Sally belevenissen weer te horen. Leuk!”
Jaap: “mensen, dat is onze binding. Ik kom helemaal niet uit de horeca maar ben hier gewoon mijn ding gaan doen. Als een soort accountmanager rond gaan lopen en aan de mensen vragen: wat willen jullie. Dat zijn Denise en ik gaan organiseren. Denise is vooral bezig geweest met hoe kunnen wij dit hanteerbaar voor iedereen maken. Je moet natuurlijk zorgen dat je steady bent, kwaliteit biedt maar we willen ook laagdrempelig zijn. Alles moet wel kloppen en vooral normaal blijven doen. Wij zijn nooit naast onze schoenen gaan lopen. Wat ons voor ogen stond om een wijkcafé te beginnen, die opzet is gebleven. Wel hebben wij in de loop der jaren een groter aanbod van speciaal bier gekregen. Dat trekt ook veel mensen van buiten de wijk. Onze gasten laten zich het best omschrijven als een samenstelsel van de samenleving. Van volkse types tot ondernemers, kunstenaars, gehandicapten. Dat was ons streven en dat is gelukt.”
Denise: “boven onze voordeur hangen tekeningen van gasten. In de loop der jaren zijn er een aantal overleden, er zijn ook nieuwe mensen bij gekomen. Ik denk ook dat onze definitie bij de start hetzelfde is gebleven, alleen de poppetjes veranderen. De enige stelregel die hier geldt is: respect voor elkaar hebben. Dat is, denken wij, een ideale samenleving maar dat gebeurt hier wel.”
Toekomst.
“Mensen hebben de behoefte om elkaar te ontmoeten. Dan moeten er meer plekken zijn en komen. Daarom is de kans van de Bierton (Jaap en Denise zijn in gesprek met Jansen Vastgoed over wijkhoreca op deze locatie/PdJ) voor ons een hele mooie. Meer horeca in de wijken moet ook een beetje bij de cultuur passen. In grote steden heb je wel dat er in buurten en wijken cafés zijn. In Zwolle eigenlijk niet. Welke plekken moeten opschalen, welke plekken moeten toegankelijker worden. In zuid heb je SVI, de tennisclub en sinds kort de Oude Mars. Allerlei bestaande plekken waar mogelijkheden liggen. Ik ben van mening dat je elkaar kunt versterken en ben een aanjager van lokale economie. Samen sta je sterker”, aldus Jaap.
Tot slot, hoe vinden Jaap en Denise hun leven nu? Denise antwoord direct en geeft hun leven een cijfer tien. “Wij zijn best optimistisch bezig. Wij leven wel het leven en doen wat wij leuk vinden.”
Jaap knikt en zegt: “Denise is de ruggengraat, ik doe er allerlei dingen omheen. Ik heb die vrijheid en dat is wat mij drijft. Doordat wij elkaar vrijlaten zie je dat het ons versterkt. Daar worden wij blijer van en dat is de basis van een goede relatie. Dit is onze droom.”
John van Weeghel






























