De 100-jarine Jan Kuper.
De 100-jarine Jan Kuper. Foto: Pedro Sluiter

100-jarige majoor Jan Kuper voelt zich nog 23

· leestijd 3 minuten Algemeen

ZWOLLE - Jan Kuper is zaterdag 100 jaar geworden. Hij vierde zijn verjaardag op de Agnietenberg, waar burgemeester Peter Snijders hem kwam feliciteren.

Jan Kuper werd op 10 juni 1923 in Steenwijk geboren in een gezin met elf kinderen. Jan was de zesde in de rij. Vier van deze kinderen zijn jong gestorven, allemaal aan longontsteking. De familie Kuper had het niet breed, maar er was een warme liefdevolle band. Vader Evert was sigarenmaker, moeder Wiebigje zorgde voor het gezin. 

De kerk speelde geen rol in het gezin. “Mijn ouders waren echte socialisten; voor geloof was geen plek”, vertelt Kuper, die majoor is bij het Leger des Heils. Maar dat veranderde toen Jan 9 jaar oud was en een vriendje hem vroeg mee te gaan naar het Leger des Heils “want daar was een man die speelde op zo’n ding.”

Dat ding bleek een concertina te zijn, een klein soort accordeon. De boodschap die Jan daar hoorde was zo direct dat het hem keihard raakte: ‘Als je Jezus wilt volgen, moet je ook je ouders gehoorzaam zijn’. Dat kwam binnen want Jan had net daarvoor zijn moeder geweigerd een boodschap te doen. Die middag veranderde zijn leven zo radicaal dat zijn moeder op een gegeven moment verzuchtte: ‘Zoals dat kind leeft, moet er wel een God zijn!’. Kort daarna zijn vader en moeder mee gegaan naar een samenkomst van het Leger en tijdens één van de diensten heeft Jan zijn vader bij Jezus mogen brengen. “Dat raakt me nog, ik word er nog ontroerd van”, zegt majoor Kuper als hij dat vertelt. 

In 1942 werd Jan te werk gesteld in een machinefabriek in Duitsland waar oorlogsmateriaal werd gemaakt. Zelfs daar heeft hij iedere kans om te getuigen aangegrepen, ondanks fel verzet van zijn Duitse bewakers. “Maar ’s avonds, als we allemaal als tewerkgestelden bij elkaar zaten, was er behoefte aan bemoedigende woorden. Ik heb dat opgepakt en ben dagsluitingen gaan verzorgen. Daar is het besef gegroeid dat ik voorganger wilde worden.” 

Tekst gaat verder onder de foto.


Jan Kuper in gesprek met is burgemeester Peter Snijders. Foto: Pedro Sluiter

Eenmaal terug in Nederland, na de bevrijding, pakte Jan aanvankelijk zijn oude beroep van kruidenier weer op. Hij ging werken in een kruideniers- en groentezaak in Kampen. In Kampen ging hij ook naar het Leger. Toen hij daar de uitzending naar de Kweekschool meemaakte van Alie Meijberg, was zijn roeping duidelijk en Jan Kuper meldde zich op 8 januari 1948 bij de Kweekschool voor heilsofficieren in Amstelveen. De groep bestond uit 51 kadetten en hun cursus kreeg de naam Koningsgezanten. Als majoor Kuper een foto van zijn cursusgenoten laat zien constateert hij verdrietig dat hij de enige van die 51 kadetten is die nog in leven is. 

Vele aanstellingen volgden. Als eerste ging hij naar het evangelisatieschip de Febe en voer evangeliserend door het land. Aanstellingen in Tiel, Amsterdam, het Hoofdkwartier, Vollenhove en Nieuw Weerdinge volgden. Tijdens een openluchtsamenkomst in Nieuw Weerdinge, nou ja samenkomst, hij stond daar alleen met vlag en tamboerijn te zingen en te spreken, kreeg hij hulp van twee collega-officieren. De zondag daarna bleven de dames ook in de samenkomst en toen hij één van hen in de ogen keek, wist hij het meteen: ‘Dat is ze. Zij wordt mijn vrouw!’’. 

En aldus geschiedde. Jan en Fokje trouwden op 12 mei 1955. Nieuwe aanstellingen volgden: Winschoten, Gorinchem, Nijverdal, Doesburg, Treebeek, Nieuw Buinen, Amstelveen, Zwolle, Delft, Groningen-viaduct. 

Jan en Fokje Kuper kregen drie jongens: Evert (1956); Fokko (1959) en Geert Jan (1965). Terugkijkend zegt majoor Kuper: “Als ik mijn leven over mocht doen, zou ik weer heilsofficier worden. Zeer zeker. Mijn devies luidt nog steeds: ‘O ja, daar is redding voor u’. Als ik nog kon zou ik zo weer de vlag en de tamboerijn pakken en de straat op gaan.”   

Hoe kijkt majoor Kuper aan tegen de vele veranderingen die in het Leger gaande zijn? Hij kijkt een ogenblik strak voor zich uit en slaakt vervolgens een diepe zucht. “Ik snap wel dat stilstand achteruitgang is, en dat met name jonge mensen niet zo snel meer het uniform aantrekken. Dat vind ik wel jammer. Maar wat me nog meer zorgen baart is de bezieling. Die mis ik. De gedrevenheid, de spontaniteit, de blijdschap, het enorme verlangen om Gods boodschap te verkondigen, dat mis ik. In onze tijd spatte dat er van af. Het begrip Geloven in de Buurt gaat een beetje aan mij voorbij. Ik begrijp wel: dat zijn wij allemaal samen, maar het werk in de Huiskamer vind ik prachtig: al die mensen die hier in de week komen. Natuurlijk weet ik ook wel dat ik niet meer kan wat ik vroeger kon, maar 100. Ik voel me 23. Geef me een vlag en een tamboerijn en ik trek er weer op uit.”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.