
Zwolle en zijn koloniale geschiedenis 3: het Balletjeshuis
· leestijd 1 minuut AlgemeenIn een reeks van vijf gebouwen gaan we deze zomer door de koloniale geschiedenis van Zwolle. Zwolle staat niet bekend om haar koloniale verleden, toch zijn er nog sporen uit die tijd terug te vinden op hedendaagse gebouwen. Elly Touwen-Bouwsma is onze gids. Zij is historisch antropoloog en medeoprichtster van de website www.koloniaalerfgoedtevoet.nl. In dit derde deel gaan we naar het Balletjeshuis.
(Door Ingrid Oosten)
Het Zwolse balletjeshuis is te vinden aan het Grote Kerkplein 13. Het is een van de oudste winkeltje in Zwolle. In de 19de eeuw werden er koloniale waren zoals thee, koffie, suiker en tabak verkocht. Kruidenier J. van der Kolk nam het al in 1688 bestaande kruidenierswinkeltje in 1845 over en startte er een zogenoemde stekenbakkerij. De eerste zwarte steken werden gemaakt van rietsuiker. De donkere steken worden nog steeds van rietsuiker gemaakt. Deze steken leg je in je wang, omdat ze niet makkelijk oplosbaar zijn, als je dan koffie of thee drinkt komt de warme vloeistof langs de steek en proef je iets van de zoetheid. Deze rietsuiker kwam van ouds van de plantages in Suriname en op Java.
De steken worden nog steeds in de kelder van het Zwolse Balletjeshuis gemaakt met het originele, geheime recept. Om deze steken te maken is veel suiker nodig. De suiker wordt verwarmd waardoor het suikerdeeg dat ontstaat kneedbaar wordt. Deze suikerdeeg wordt tot repen getrokken, door een wals gevoerd, totdat er uiteindelijk kleine kussentjes van worden gemaakt; de steken.
Er werden ook verschillende smaken aan toegevoegd zoals mokka, kaneel en vanille, later kwamen daar ook fruitsmaken bij.
De balletjes zien er niet uit als balletjes, men gaat er vanuit dat het een verbastering van het Zwolse woord ballegie is, dat snoepje betekent en ze om deze reden aan hun naam komen.
Pas toen kristalsuiker van de suikerbiet op de markt kwam, omdat suikerbieten in Nederland werden verbouwd, werd de steek het Zwolse Balletje genoemd.
Suikerbietteelt kwam in Nederland van 1860, een paar jaar voor de afschaffing van de slavernij, goed op gang. In 1880 had de suikerbietteelt de suikerrietsuiker in heel continentaal Europa vervangen, omdat het eigen verbouwen goedkoper was dan dat de rietsuiker over lange afstand per schip vervoerd moest worden.
De winkel was in eerste instantie vooral voor de elite van Zwolle. De ‘gewone’ man en vrouw konden zich al deze luxe van overzee niet veroorloven.
De rijke Zwolse vrouwen troefden elkaar af met de mooiste zilveren theestellen die ze showden tijdens hun visites. Uiteraard werden daar ook steken bij geserveerd.

























