
Schuilkerken van Zwolle 4: Doopsgezinde Kerk
· leestijd 1 minuut AlgemeenZWOLLE -- In de 17de en 18de eeuw waren er in Zwolle schuilkerken. Dat zijn plekken op zolders en in schuren die vanaf de openbare weg niet te zien zijn en die vluchtroutes hebben ingeval van invallen door de schout (politiecommissaris). Gelovigen mochten hun geloof niet in het openbaar belijden, maar waren genoodzaakt om schuilkerken te gebruiken. In Zwolle ging het om de Katholieke, Lutherse en Doopsgezinde Kerk. In dit laatste en vierde deel: de Doopsgezinde Kerk.
(door Ingrid Oosten)
Wanneer u de Doopsgezinde Kerk binnenkomt dan valt de eenvoud en soberheid op. Het past bij het gedachtegoed van de Doopsgezinde kerk. Aart Hoogcarspel toont een bord met de tekst: “Dopen wat mondig is; spreken dat bondig is; vrij in ‘t christelijk geloven; daden gaan woorden te boven.” Het is de kern van het geloof: er wordt alleen gedoopt op grond van je geloof en dus is er geen kinderdoop. In het tweede gedeelte lijkt te staan alsof je niet veel moet vertellen, maar dat is niet waar; het gaat erom dat wat je zegt dat je daaraan gebonden bent. Je spreekt altijd de waarheid zonder God daarbij te betrekken of op Zijn naam te zweren.
In 1638 kochten Doopsgezinden een paar huizen aan de Wolweverstraat; daarachter is vermoedelijk een zaal gebouwd, maar dit staat allemaal niet in de archieven, vermoedelijk omdat de kerk een schuilkerk was. Mennonieten, zoals Doopsgezinden buiten Nederland genoemd worden, mochten niet openlijk hun geloof belijden. In 1706 is er wel aan een kerkzaal gebouwd, deze was half zo groot als de huidige kerk. De kerk is gebouwd achter de rooilijn, zodat aan de straatkant het gebouw minder opviel. Nog steeds is achter de straatgevel niet te zien dat daarachter een kerk schuilgaat. De rekeningen van deze bouw zijn er nog wel. Hoogcarspel: “De opdrachtgever was in die tijd verplicht om zijn werkers van drinken te voorzien. Omdat water in die tijd niet betrouwbaar was, kregen zijn werkers bier. Er is toen in een tijd van twee maanden 800 liter bier naar de kerk gebracht.”
Toen de Doopsgezinden niet openlijk mochten kerken, werden er ook ‘hagenpreken’ gehouden. Hoogcarspel: “Mensen spraken dan met een klein groepje bij een heg af. Er waren in die tijd weinig mensen die konden lezen, dus er werd veel mondeling overgebracht waardoor er geen papier nodig was en het niet opviel dat er een groepje bij de heg stond te praten.”
De eerste wederdopers (1525) protesteerden tegen de praktijken van de Zwitserse reformator Huldrych Zwingli in Zürich. Dat werd door stad en kerk veroordeeld en dus moesten ze vluchten vanwege hun geloof. Ze kwamen terecht in Frankrijk, Duitsland, België en ook in Nederland, om zich te verstoppen, o.a. in de moerassen rond Giethoorn en Blokzijl en in Friesland. Daarom is in Giethoorn van oudsher een grote doopsgezinde gemeenschap.
Hoogcarspel: “Hoewel het verbergen niet meer nodig is, heeft de Doopsgezinde Kerk (in de Wolweverstraat) het karakter van schuilkerk behouden. Het is als zodanig een rijksmonument.”
Hierbij sluiten we het vierluik over de Zwolse Schuilkelders af. Mocht u nog meer informatie willen over dit onderwerp, dan verwijs ik u graag door naar de drie verschillende kerken of het overkoepelende Erfgoedplatform Zwolle.
Zie ook:
Schuilkerken van Zwolle 1: inleiding https://www.deswollenaer.nl/nieuws/algemeen/324732/schuilkerken-van-zwolle-1-inleiding
Schuilkerken van Zwolle 2: de katholieke kerk https://www.deswollenaer.nl/nieuws/algemeen/325523/schuilkerken-van-zwolle-2-katholieke-kerk
Schuilkerken van Zwolle 3: de Lutherse kerk https://www.deswollenaer.nl/nieuws/algemeen/326347/schuilkerken-van-zwolle-3-de-lutherse-kerk































