
Zwolse stadsdichter Gertrüd Reinink begint aan tweede jaar: er is nog veel om naar uit te kijken
· leestijd 2 minuten Algemeen Insta-ZwolleZWOLLE - Gertrüd Reinink is een jaar stadsdichter en daarmee zit de helft van haar periode erop. Een jaar waarin ze veel schreef, bij hoogtepunten, zoals de viering van tachtig jaar bevrijding, maar ook bij dieptepunten, zoals het overlijden van Jonnie Boer. “Ik wordt op straat wel eens aangesproken op mijn gedichten. Daar komen mooie gesprekken van.”
Hoe bevalt het eerste jaar?
“Ontzettend goed. Ik heb al zoveel mooie ontmoetingen gehad, ben bij mooie mensen, bedrijven en instellingen geweest. Het is mooi om te merken dat mensen blij en dankbaar zijn als ik een gedicht heb voorgedragen. Maar ik heb niet alles kunnen doen wat ik wilde. Ik heb qua gezondheid een pittig jaar gekregen. Ik had al long covid en heb er diabetes type 1 bij gekregen. Dat verandert je hele leven, je moet constant je bloedwaardes in de gaten houden, je moet insuline bijspuiten, kijken wat je wel en niet mag eten.”
Wat bleef bijvoorbeeld liggen?
“Ik wilde in meer gesprek met gewone Zwollenaren en daar gedichten over schrijven. Dat komt er dan niet van omdat ik eerst het werk doe dat echt moet. Mij hoofd wil zoveel wat mijn lijf niet kan waarmaken. Ik moet mijn energie goed verdelen. Mensen denken dat ik vaak optreed, maar dat valt wel mee, dat komt door de zichtbaarheid in de media. De meeste tijd lig ik thuis op de bank te herstellen. Ik vind het belangrijk om hier open over te zijn, er is meer dan de buitenkant op social media.”
Ben je meer gaan dichten?
“Het aantal gedichten wisselt. September was bijvoorbeeld druk. Ik dichtte en schreef altijd al heel veel, mijn hoofd staat nooit stil. Ik merk nu wel dat ik op mijn eigen sociale media pagina’s bijna niks post. Ik heb veel gedichten maar alles wat ik publiceer is vanuit het stadsdichterschap. Vrij werk blijft niet liggen, maar het publiceren daarvan wel. Dat is dan maar zo. Ik schrijf elke twee weken een gedicht voor De Swollenaer, en dan nog alle bijkomende opdrachten.”
Ben je bekender geworden nu je stadsdichter bent?
“Ik wordt wel eens aangesproken op straat, ik ben makkelijk herkenbaar aan mijn bos krullen. Maar ik ben geen bekende Zwollenaar, er zijn veel meer mensen die niets met poëzie hebben, het gros van de mensen kent mij niet.”
Welke gedichten zijn je bijgebleven?
“De nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente onlangs. En bij tachtig jaar bevrijding, met de zoon van Leo Major. Het gedicht bij het overlijden van Jonnie Boer vond ik ook bijzonder. Mijn gedicht ‘Kom’ van mijn installatie heb ik later voorgedragen bij landelijke herdenking Slavernij Verleden. Het gedicht dat ik schreef over veiligheid op straat voor vrouwen was ook speciaal. Ik droeg het voor bij de fietstocht ‘Wij Eisen de Nacht Terug’ op een volle Grote Markt. De afsluiting van de Stolpersteine. En dan hebben we het nog niet eens over de persoonlijke gedichten, voor een huwelijk of een verjaardag.”
Wat zijn de plannen voor dit jaar?
“Zo doorgaan. Ik zit straks in een panel en ga voordragen bij de J.C. Bloem Stichting in Steenwijk. Ik mag jurylid zijn bij de Willem Wilmink Prijs, omdat ik die vorig jaar gewonnen heb. Volgende week wordt mijn gedicht over Gesina ter Borch in stadsmuseum Anno gepresenteerd. Ik treed dan op met pianist Reinder van Raalte. Ik ga door met de Dichterstafel in het Academiehuis, ik ga een workshop geven in het Deltion College. Er komt nog genoeg aan om naar uit te kijken. Ik geniet!”































