
5 vragen aan: Rien de Vries over het verborgen leven op Overijsselse landgoederen
· leestijd 4 minuten AlgemeenOVERIJSSEL - Wie door Overijssel fietst of rijdt, komt ze regelmatig tegen: statige kastelen, historische buitenplaatsen en uitgestrekte landgoederen. Maar wie wonen daar eigenlijk? Hoe houden zij zo’n eeuwenoud bezit in stand? En welke rol spelen landgoedeigenaren bij actuele vraagstukken als verduurzaming, natuurbeheer en de toekomst van de landbouw?
Oud-geschiedenisdocent Rien de Vries ging voor zijn boek ‘Landadel in Overijssel’ op bezoek bij eigenaren, bewoners en rentmeesters van veertien Overijsselse landgoederen. Van Vilsteren en kasteel Rechteren bij Dalfsen tot Twickel bij Delden en Oldenhof bij Vollenhove. De verhalen gaan niet alleen over eeuwenoude familiegeschiedenissen, maar ook over de vraag hoe deze bijzondere plekken toekomstbestendig kunnen worden gemaakt.
Daarbij komen onderwerpen aan bod als biologische en natuurinclusieve landbouw, het verduurzamen van monumentale landhuizen, droogte in bossen en het behoud van biodiversiteit. Achter in het boek zijn bovendien fiets- en wandelroutes opgenomen voor lezers die de landgoederen en hun omgeving zelf willen ontdekken. Reden om Rien de Vries vijf vragen te stellen.
1. Jij hebt je uitgebreid verdiept in de wereld achter de landgoederen. Wat zal de gemiddelde lezer volgens jou het meest verbazen?
“De sherrydrinkende baron die op zijn terras het werk van zijn personeel aanschouwt, is een romantisch beeld dat dateert uit het verre verleden. De meeste eigenaren hebben een baan en voeren daarnaast, en ook na hun pensionering, tot op hoge leeftijd zelf werkzaamheden uit op hun landgoed. De kosten om personeel in dienst te nemen zijn te hoog. Bovendien wonen veel eigenaren slechts in een deel van hun landhuis en verhuren ze de rest, of wonen ze elders.
Het historische belang van het familiebezit, dat soms teruggaat tot de middeleeuwen, is de eigenaren van kinds af aan met de paplepel ingegoten. Ze voelen zich erg verantwoordelijk voor het behoud en de voortzetting van het landhuis en het landgoed. Een landgoedeigenaar wil, net als een boer, niet de laatste schakel in de familieketen zijn.”
2. We lezen bijna dagelijks over boeren en de landbouwtransitie, maar volgens jou nauwelijks over landgoedeigenaren. Wat doen zij achter de schermen dat meer aandacht verdient?
“Landgoedeigenaren hebben vanuit hun achtergrond en door hun werk vaak bestuurlijke en juridische ervaring. Ze timmeren niet graag aan de weg en lopen niet met spandoeken rond, maar overleggen veel met regionale en lokale bestuurders en natuurorganisaties om tot verbeteringen te komen.
Ze hechten veel waarde aan het behoud van de schoonheid van het landschap rond hun landhuis, met zijn afwisseling van bos, landbouwgrond, water en natuurgebied. Het coulisselandschap dat zo geliefd is bij fietsers, wandelaars en mensen die met hun auto toeren, wordt bedreigd door verschraling van de bodem, vermindering van de biodiversiteit, verzuring van de bossen, droogte en intensieve landbouw.
Het besef dat een gezonde bodem de basis is voor toekomstbestendig landgoedbeheer heeft in 2015 geleid tot de oprichting van het platform Soil4U, mede op initiatief van mevrouw Cremers van landgoed Vilsteren. De naam staat voor zorg om de bodem. Het platform biedt vanuit de praktijk kennis en inspiratie aan landgoederen die willen werken aan een gezonde bodem en een bedrijfsvoering met nieuwe verdienmodellen.
Een van de acties van Soil4U is een manifest dat is ondertekend door meer dan honderd grondeigenaren, die samen 120.000 hectare particuliere grond in Nederland bezitten. In Overijssel is het manifest ondertekend door nagenoeg alle landgoedeigenaren, met een gezamenlijke grondoppervlakte van ruim 30.000 hectare.
Zo wordt gezocht naar mogelijkheden voor natuurgerichte landbouw, met bloemrijke graslanden en akkerranden, biologische landbouw en de aanplant van een gevarieerd bestand aan klimaatbestendige bomen en hagen. Pachtboeren worden ondersteund met aangepaste pachtcontracten om de overstap naar biologische landbouw te vergemakkelijken.”
3. Veel landgoedeigenaren willen het bezit in goede staat overdragen aan de volgende generatie. Wat zijn de grootste bedreigingen voor het voortbestaan van een landgoed?
“Landgoedeigenaren hebben te maken met nieuwe richtlijnen voor het uitoefenen van grootschalige landbouw, omdat het bouwland vaak vlak bij bossen en natuurgebieden ligt. Het is zoeken naar nieuwe verdienmodellen en tegelijk investeren in monumentale gebouwen, zoals pachtboerderijen en het landhuis. Voor isolatie en energiebesparing zijn hoge investeringen nodig, terwijl allerlei regelingen de manoeuvreerruimte beperken.
In Nederland verandert de indeling van de ruimte. Er is meer natuurgebied nodig en er is grote behoefte aan woningen, waardoor dorpen en steden zich uitbreiden en landgoederen ingekapseld raken. In de loop der jaren zijn daardoor delen van sommige landgoederen als stadspark onderdeel van een stad geworden.
De wortels van het bestaan en behoud van een landgoed liggen in de lange familiegeschiedenis. Om een landgoed te beheren is veel expertise van buiten de familie nodig. Veel landgoederen zijn ondergebracht in een stichting of een besloten vennootschap. Het gevaar daarvan is dat de familie op grotere afstand komt te staan en de betrokkenheid afneemt.”
4. Landgoedeigenaren moeten tegelijk nadenken over natuur, landbouw, monumenten, recreatie én financiën. Waar botsen die belangen volgens jou het vaakst?
“Grootschalige landbouw is moeilijk te combineren met aangrenzende bossen en natuurgebieden. Een probleem daarbij is onder andere het grondwaterpeil. Voor de landbouw is een lager peil wenselijker dan voor het behoud van bossen en natuurgebieden.
De meeste particuliere landgoederen zijn opengesteld voor het publiek. Dat werd gestimuleerd door de Natuurschoonwet uit 1928, die werd ingevoerd om landgoederen te behouden die een belangrijk onderdeel zijn van het natuurschoon in Nederland. Belastingvoordelen helpen eigenaren hun landgoed in stand te houden; openstelling voor het publiek speelt daarbij een rol.
De eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer en behoud van het landgoed en de veiligheid van het publiek. Door veranderende wensen en eisen van bezoekers verandert ook de indeling van bos en natuurgebied. Het aantal paden wordt uitgebreid om te fietsen, te wandelen, paard te rijden en te mountainbiken. Maar er moet ook ruimte blijven voor rustgebieden voor het wild.
Sinds de coronatijd worden de natuurgebieden steeds drukker bezocht, waardoor er meer afval achterblijft en er zelfs afval wordt gedumpt. De kosten en verantwoordelijkheden voor de eigenaar nemen daardoor toe, terwijl de opbrengsten uit houtproductie afnemen.”
5. Wat hoop je met het boek te bereiken?
“Met ‘Landadel in Overijssel’, waarin eigenaren van landgoederen, buitenplaatsen en kastelen hun verhaal vertellen, streef ik naar wederzijds begrip tussen degenen die een deel van het Overijsselse natuurschoon beheren en onderhouden en de recreanten die ervan mogen genieten. Beiden hebben elkaar nodig.
Ook veel vrijwilligers genieten van het werken in het onderhoud van landgoederen. De samenwerking met hen wordt door de landgoedeigenaren zeer gewaardeerd. Het standsverschil van vroeger heeft plaatsgemaakt voor noodzakelijke samenwerking om regionale en lokale geschiedenis, cultuur en natuurschoon te behouden.”
‘Landadel in Overijssel’ kost 29,95 euro en is verkrijgbaar in de erkende boekhandel.
Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het via de links hieronder.































