
Zwolse zomergasten: langebaanschaatser Loek van Vilsteren
· leestijd 2 minuten SportZWOLSE ZOMERGASTEN - In de zomermaanden start de sportredactie van De Swollenaer met de rubriek Zwolse Zomergasten. Een serie interviews met sportieve Zwollenaren. Vandaag deel 8. Loek van Vilsteren (21), schaatser van het Development Team Fryslân. “Als je twee keer kneiterhard rijdt, kan het zomaar gebeuren.”
(door Erik Riemens)
Inmiddels zit hij al twee weken in Inzell. Om daar op de plaatselijke schaatsbaan met het team zijn ijsmeters te maken en zich zo goed mogelijk voor te bereiden op het komende schaatsseizoen. Het blijft hoe dan ook een surrealistisch beeld zo middenin de zomer. Het knisperende geluid van de schaatsen en het opspattende ijs, terwijl de zon hoog aan de hemel staat.
“In maart eindigt het schaatsseizoen, maar het nieuwe begint eind april, begin mei alweer. Wat dat betreft vliegt de tijd. In eerste instantie gaat het puur om het opbouwen van de conditie. Dat betekent eigenlijk alleen maar fietsen, skeeleren en krachttraining. Ook doen we veel sprongtraining en het nodige sprintwerk. Dat is allemaal schaatsspecifiek. Je praat dan in totaal over zo’n twaalf, dertien uur per week. We hebben in dat blok ook ‘maar’ twee schaatsmomenten in de week. Bewust, want het seizoen duurt nog lang.”
“Wel konden we dit jaar al vrij vlot het ijs op, want in Thialf lag het zomerijs er al snel in. Nu in Inzell trainen we veel meer op het ijs en komen we wel aan ruim twintig trainingsuren in de week. Ja, daar ben ik wel blij mee. Het liefst schaats ik gewoon”, zegt Loek met een lach.
Klapschaatsen
Dat Loek ging schaatsen was overigens geen zekerheidje. Hij turnde, voetbalde, maar dankzij opa Paul ging hij schaatsen op zijn tiende. “De eerste keer was op natuurijs in Westenholte. Mijn opa beloofde zijn kleinkinderen schaatsen. Ik wilde graag klapschaatsen, maar die kreeg ik niet. Nog niet.”
Status
Loek was niettemin om en meldde zich aan bij schaatsvereniging De Stokvisdennen in Dalfsen. Het duurde niet heel lang voordat hij bij het KNSB Talentteam Midden-Oost terechtkwam. Inmiddels is hij als 21-jarige derdejaars neo-senior en heeft hij nog een jaar te gaan, voordat hij ‘echt’ senior is. Samen met nog drie mannelijke en vier vrouwelijke schaatstalenten, vormt hij Development Team Fryslân. Zowel het KNSB Talententeam als Development Team Fryslân vallen als twee verschillende ploegen onder Gewest Friesland.
“We hebben dezelfde status als Development Reggenborg en Essent. Dat betekent dat we bij deelname aan topwedstrijden voorrang krijgen, maar we zijn geen commerciële ploeg. Ja, uiteindelijk is schaatsen bij een commerciële groep nog wel steeds mijn grote doel. ik kan daar nu geen moment aan koppelen. Als je twee keer kneiterhard rijdt, kan het zomaar gebeuren.”
Zilver
Daarover gesproken, voor Loek gebeurde het in ieder geval op 28 december 2024. Toen debuteerde hij op het NK allround en spurtte hij zich prompt naar het zilver op de 500 meter. Op ‘zijn’ Thialf – hij woont al geruime tijd in Heerenveen – klokte hij een tijd van 36.89 seconden. Toch veranderde die prima prestatie in eerste instantie niets aan zijn doelstelling: een snelle allroundschaatser worden met als specialiteit de 1500 meter.
“Voorgaande jaren zette ik steeds in op het allroundschaatsen. In de junioren word je opgeleid als allrounder. Je moet eerst alle lange afstanden beheersen. Daarna kun je je verder specialiseren. In samenspraak met mijn nieuwe trainer Ingo Bos, richt ik mij nu écht op die 1500 meter. Daarin kan ik nog veel verbeteren. Bijvoorbeeld op technisch gebied, als het gaat om mijn timing, maar ook wat betreft mijn lichaam. Zo ben ik met een fysio in Zwolle bezig om mijn heupen wat soepeler en losser te krijgen. Ik heb dan weliswaar als allrounder een goede 500 meter, maar ik verlies te veel op de 5 kilometer. Voor dat lange werk hebben mijn spieren niet de goede vezels en bouw.”
Olympische Spelen
Nog meer specialiseren op de 1500 meter is dus het korte termijndoel voor Van Vilsteren. Op de wat langere termijn is dat de overstap naar een commerciële ploeg en deelname aan de Olympische Spelen. Daarvoor moet nog heel veel gebeuren en dat weet Loek als geen ander. “Ik weet dat ik mezelf altijd verbeteren kan. Er is nog zoveel winst te behalen. Tegelijkertijd weet ik ook dat ik er alles voor doe. Dit seizoen ga ik de Holland Cup rijden, dan kun je je kwalificeren voor de NK Afstanden, het NK Allround en het Nederlandse Olympisch kwalificatietoernooi (OKT). De Spelen van 2026 komen te vroeg, zo reëel moet ik wel zijn, maar die van 2030 halen, ja dat zou toch wel heel erg mooi zijn.”






























