
Tekort aan lassers in Nederland drijft bedrijven naar buitenland
· leestijd 2 minuten Zakelijk nieuws landelijkNederland kampt al jaren met een groeiend tekort aan technisch personeel, en vooral in de lassector begint dat steeds meer gevolgen te krijgen. Bedrijven die afhankelijk zijn van vakbekwame lassers zien projecten vertragen of zelfs stilvallen. De zoektocht naar gekwalificeerd personeel blijft lastig, ondanks hogere lonen en verbeterde arbeidsvoorwaarden.
Over de grens kijken
In de praktijk betekent dit dat ondernemers hun blik steeds vaker over de grens richten. Waar voorheen vooral lokaal of nationaal werd geworven, ontstaan nu samenwerkingen met buitenlandse vakmensen en uitzendbureaus. Dat brengt nieuwe kansen, maar ook uitdagingen op het gebied van communicatie, regelgeving en kwaliteit.
Grootste vraag in specialistisch werk
In sectoren zoals de scheepsbouw, installatietechniek en zware industrie is de vraag naar gespecialiseerd personeel het grootst. Bedrijven zoeken bijvoorbeeld regelmatig een lasser voor specialistische projecten, waarbij ervaring met specifieke materialen of technieken vereist is. Juist die expertise blijkt in Nederland steeds moeilijker te vinden.
Tegelijkertijd neemt de uitstroom van ervaren vakmensen toe. Veel oudere lassers gaan met pensioen, terwijl de instroom van jonge technici achterblijft. Opleidingen zien wel interesse, maar niet genoeg om het gat op korte termijn op te vullen. Hierdoor ontstaat een structureel probleem dat niet eenvoudig op te lossen is.
Buitenlandse vakmensen steeds vaker ingezet
Om projecten toch door te laten gaan, kiezen bedrijven er steeds vaker voor om personeel uit landen als Denemarken, Polen, Roemenië en Portugal aan te trekken. Deze lassers beschikken vaak over de juiste diploma’s en ervaring, en zijn bereid om tijdelijk in Nederland te werken. Voor werkgevers biedt dit flexibiliteit, al vraagt het ook om extra organisatie. D66, ChristenUnie en CDA maken zich daar zorgen over.
Zo moeten bedrijven rekening houden met huisvesting, taalbarrières en certificeringen die niet altijd één op één overeenkomen met Nederlandse normen. Daarnaast speelt ook de integratie op de werkvloer een rol. Teams worden internationaler, wat vraagt om aanpassing van zowel werkgevers als werknemers.
Productie volledig uitbesteed aan Denemarken
Steeds vaker worden projecten compleet uitbesteed aan het buitenland. Ook in Zwolle wordt vaker besloten de volledige productie van een metalen onderdeel in bijvoorbeeld Denemarken onder te brengen. Waar bedrijven eerder werkten met meerdere Nederlandse toeleveranciers, bleek het steeds lastiger om alle benodigde bewerkingen én gekwalificeerde lassers tijdig te organiseren. Door de productie bij één Deense partij neer te leggen, kunnen trajecten worden versneld en beter op elkaar worden afgestemd.
Niet alleen alleen beschikbaarheid speelt een rol, maar ook specialisatie en schaal. Buitenlandse metaalbewerkers beschikken over teams van ervaren vakmensen en moderne faciliteiten, waardoor zowel het lassen als de verdere afwerking in één proces plaatsvinden. Dat voorkomt vertraging en extra transportmomenten. Voor Nederlandse opdrachtgevers wordt het daardoor steeds aantrekkelijker om voor dit soort totaaloplossingen over de grens te kijken.
Opleidingen proberen tij te keren
Ondertussen proberen brancheorganisaties en opleidingsinstituten het vak aantrekkelijker te maken voor jongeren. Campagnes moeten laten zien dat lassen niet alleen fysiek werk is, maar ook technisch uitdagend en toekomstbestendig. Innovaties zoals robotlassen en digitalisering spelen daarbij een belangrijke rol.
Toch blijft het effect van deze initiatieven voorlopig beperkt. Veel jongeren kiezen nog steeds voor andere richtingen, waardoor het tekort voorlopig niet verdwijnt. Bedrijven zullen dus creatief moeten blijven in hun zoektocht naar personeel, zowel binnen als buiten Nederland.
Dit artikel is een bijdrage van een externe partij en valt buiten de verantwoordelijkheid van de hoofdredactie van Brugmedia.






























