Het openbare toilet aan de Potgietersingel.
Het openbare toilet aan de Potgietersingel. Foto: Gerard Meijeringh

Verschillende partijen beamen: ‘Zwolle kampt met toilettentekort in binnenstad’

· leestijd 2 minuten Algemeen

ZWOLLE - Er moeten snel meer openbare en voor iedereen toegankelijke toiletten komen in de binnenstad. Althans, als het aan de ChristenUnie ligt. Op 1 september deelde de partij symbolisch een toiletpot uit aan verantwoordelijk GroenLinks-wethouder Dorrit de Jong. Daarmee wilde CU het tekort aankaarten waar de stad volgens de partij mee kampt. Toegankelijk Zwolle, een belangenorganisatie voor mensen met een beperking, vindt ook dat er snel meer plekken moeten komen waar mensen hun behoefte kunnen doen.

(door Joost ter Bogt)

Dat er een tekort is aan toiletten, weet de ChristenUnie door signalen vanuit de achterban en van verschillende mensen uit de stad. Die komen onder meer van mensen met een beperking, vertelt Klariska Ten Napel, die namens ChristenUnie de toiletpot uitdeelde. “Van de Maag Lever Darmstichting hebben we gehoord hoe groot het probleem kan zijn voor mensen met maag-, lever- of darmproblemen. Bij sommigen van hen kan het niet beschikbaar zijn van een toilet leiden tot een sociaal isolement.”

Ze vertelt dat dat ook geldt voor sommige mensen in een rolstoel, of met een andere beperking. “Maar ook voor mensen zonder een beperking. Vrouwen hebben iedere maand bijvoorbeeld een probleempje. Dan kan het erg onhandig zijn als er geen toilet in de buurt is.”

Al sinds 2019 vraagt ChristenUnie aandacht voor meer toiletten in de binnenstad. Destijds werd hiervoor samen met het CDA een motie ingediend. Nu, drie jaar later, zijn er een aantal stappen gezet door het college. Maar die stappen zijn niet genoeg, zegt Ten Napel. “Er zijn bijvoorbeeld toiletten opengesteld in het Acedemiehuis en het Stadhuis, maar dat lost weinig op. Het blijft zo dat er veel te weinig toiletten zijn.” Bovendien zijn de aanwezige toiletten niet goed vindbaar, zegt ze. En ze zijn niet voor iedereen toegankelijk.

Toegankelijk Zwolle 

Petra van Duin, samen met veertig andere mensen betrokken bij Toegankelijk Zwolle, onderschrijft het tekort. Ook zij zegt dat toiletten niet goed vindbaar zijn en dat het er te weinig zijn. De toegankelijkheid vormt geregeld een probleem voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld als ze in een rolstoel zitten. Ook zijn de toiletten beperkt open, zegt ze, bijvoorbeeld tijdens kantooruren.

Ze beaamt dat mensen met een beperking in een sociaal isolement terecht kunnen komen als ze niet naar het toilet kunnen. “We krijgen serieus signalen van mensen die thuisblijven omdat ze niet weten waar en of ze ergens naar het toilet kunnen op een voor hen toegankelijke plek. Dat kan voor onrust zorgen. Maar we horen ook signalen van gezinnen met een kind met een beperking die thuisblijven omdat ze niet weten hoe ze het doen moeten.”

Ze benadrukt dat het probleem niet alleen beperkt is tot de binnenstad, maar dat het ook in bijvoorbeeld het Wezenlandenpark een probleem is, omdat daar ook geen mindervalidentoilet is. “Wij zien het liefst zo snel mogelijk in iedere wijk een openbaar toilet dat voor iedereen toegankelijk is, maar we weten dat dat moeilijk te realiseren is. We blijven ons er positief voor inzetten.” Een toegankelijk toilet in het Wezenlandenpark is daarbij het eerste doel, met een verschoonplank voor mindervalide (jong)volwassenen.

Onderzoeksnota

ChristenUnie wacht een onderzoeksnota af van het college. Die moet meer duidelijkheid gaan geven over mogelijkheden in de stad. Als alles volgens planning verloopt, komt die aan het einde van de zomer. Dat zul dus waarschijnlijk niet lang meer duren. In het voorjaar werd echter al duidelijk dat de huidige begroting van de gemeente geen ruimte biedt voor het aanpakken van het toilettentekort. Toch hoopt de partij op mogelijkheden. 

Hoe realistisch die wens is, is niet helemaal duidelijk. “We zien het liefst zo snel mogelijk om de 500 meter een openbaar toilet dat 24 uur per dag voor iedereen toegankelijk is”, zegt Ten Napel. “Dat is nodig voor een inclusieve samenleving in de stad”, besluit ze.




Gerard Meijeringh