
Koelwaterhal wil uitgroeien tot cultureel icoon van Zwolle
· leestijd 5 minuten Algemeen Insta-ZwolleZWOLLE - De Koelwaterhal van de voormalige IJsselcentrale moet uitgroeien tot een culturele hotspot voor kunst, industrieel erfgoed en duurzaamheid. Stichting Koelwaterhal wil niet alleen kunstliefhebbers en toeristen trekken, maar vooral ook meer Zwollenaren verleiden om gericht naar het voormalige energiecomplex te komen. “We willen de Koelwaterhal en de ruimte eromheen laten uitgroeien tot hotspot”, zegt Peter Spijkerman, voorzitter van Stichting Koelwaterhal. De ambitie reikt ver. “Als ik ga dromen, past de Koelwaterhal in het rijtje Librije, Fundatie en Van der Velde in de Broeren.”
(door Joop de Haan)
De Koelwaterhal, enkele kantoren en de hijshal zijn de laatste restanten van Centrale Harculo, in de volksmond de IJsselcentrale. “Wat er nu nog staat is 7 procent van het totale complex”, zegt Marlien Poll, secretaris van de stichting. “Het was gigantisch. Iedereen kende de schoorsteenpijpen, ze waren onderdeel van de skyline van de stad.”
In de centrale werd tussen 1955 en 2015 elektriciteit opgewekt. Het grootste deel van het complex werd tussen 2016 en 2018 gesloopt. In de Koelwaterhal werd water uit de IJssel gebruikt de stoom te koelen die werd gebruikt om elektriciteit op te wekken. Onder de tien meter hoge hal liggen zestien meter diepe waterkelders. Een deel daarvan wordt nu gebruikt als expositieruimte.
Kunstenaar Ronald Westerhuis kocht de Koelwaterhal in 2021 als vervanging voor zijn werkruimte aan de Willemsvaart, waar hij aan zijn grote stalen sculpturen werkte. Hij besloot het gebouw te ontwikkelen tot expositieruimte, met behoud van het industriële erfgoed en aandacht voor de overgang van oude naar nieuwe energie. Het gebouw wordt zelfvoorzienend op energiegebied. “Het uiteindelijke doel is een zelfvoorzienende Koelwaterhal waarin kunst, erfgoed en duurzaamheid samenkomen.”
Drietrapsraket
Stichting Koelwaterhal moet die uitgangspunten ook op langere termijn bewaken. “De Stichting Koelwaterhal is in december 2025 opgericht om die drietrapsraket van kunst, industrieel erfgoed en duurzaamheid, ook in de toekomst veilig te stellen”, zegt Spijkerman. “Een aantal jaren geleden is een medewerker van Ronald Westerhuis overleden. Dat zette hem aan het denken: hoe ga ik dit behouden als ik er niet meer ben? De stichting zorgt dat het gebouw blijft, en beschikbaar blijft voor publiek, zoals het is. In vier van de 16 kelders is permanent ruimte vrijgemaakt voor werk van Ronald. En we blijven het verhaal van de koelwaterhal vertellen. Zijn gedachtegoed zit goed tussen onze oren, we nemen het mee in alles wat we doen.” Poll: “Hij is nu zelf ook nog bestuurslid. Maar op 1 januari 2027 wordt hij adviseur en komt er een derde onafhankelijk bestuurslid.”
Expositieruimte
De Koelwaterhal als expositieruimte staat inmiddels op de kaart. “Dat heeft vooral het laatste jaar echt een boost gekregen. Maar het blijft work-in-progress”, zegt Spijkerman. Westerhuis toonde er vanaf het begin zijn eigen werk. Nadat de kelders waren schoongemaakt, werden ook die voor kunst gebruikt. Later volgde onder meer ‘Energy’, met werk van onder anderen Jasper Krabbé en Junte Uiterwijk, en een duo-expositie van Westerhuis en Henk Helmantel. Momenteel is ‘Hofstad meets Hanzestad’ te zien. Voor deze tentoonstelling tonen dertig hedendaagse kunstenaars van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio schilderijen, sculpturen, tekeningen en installaties in en rond het gebouw.
De stichting wil ook in de toekomst wisselende tentoonstellingen met internationaal aansprekende kunstenaars brengen. “In de hal zelf zijn twee keer per seizoen wisselende tentoonstellingen”, zegt Poll. “Er liggen veel aanvragen van kunstenaars. We hebben daar nog geen commissie voor het programmeren en beoordelen dat als stichtingsbestuur zelf. In april volgend jaar hebben we in samenwerking met het Drents Museum in Assen een tentoonstelling van Noord-Koreaanse propaganda schilderkunst met ruim honderd werken.” Bij iedere tentoonstelling werken we met een gastcurator. Spijkerman: “Met mensen uit de kunst en& museumwereld en het liefst één nationaal en de ander internationaal gecureerd.”
Industrieel erfgoed
De aandacht van de stichting verschuift de komende tijd naar het behoud en onder de aandacht brengen van het industrieel erfgoed. “Als we vergaderen pakken we die drie pijlers kunst, erfgoed en duurzaamheid, en kijken we welke pijler we de komende periode een boost gaan geven”, zegt Spijkerman. Het industriële karakter, met beton, stalen balken, en oude machines wordt gekoesterd. “Met het aanpassen van de hal voor tentoonstellingen letten we op dat we de rauwheid bewaren. Want daar zit de kracht. De kunst moet wel bij de hal passen zijn. En dat is nog best ingewikkeld, je hebt ook te maken met veiligheidseisen.”
Juist de combinatie van gebouw en kunst trekt volgens de stichting bezoekers. De enorme ruimte en de lichtinval bepalen mede hoe kunst er wordt ervaren. Die vele vensters zijn ook een beperking. Poll: “We kunnen daardoor niet alles programmeren, maar daar krijgen we wel iets voor terug. In een museum ben je door de lichte vloeren en muren meteen gefocust op de kunst. Maar hier kijk je eerst om je heen naar het gebouw.”
Energietransitie
Sterker nog: los van de kunst is de hal ook het bezoeken waard. “Als je niks met kunst heb kun je alles horen over het gebouw en hoe hier elektriciteit werd opgewekt en het verhaal van de energietransitie”, zegt Poll. “Sinds afgelopen lente is er een vrijwilliger die rondleidingen geeft over het industrieel erfgoed. Dat gebeurt dit jaar nog één keer, op zondag 5 september.”
Dat verhaal leeft vooral onder Zwollenaren. Oud-medewerkers en hun kinderen melden zich geregeld. “Mensen zijn trots: hier heeft mijn vader of opa gewerkt, zeggen ze dan. Er ligt hier een hele geschiedenis voor veel mensen in de stad. We hebben één kelder ingericht over de geschiedenis van het gebouw en dat blijft ook zo. We hebben er een maquette staan, spullen die zijn gebruikt.” Daarbij wordt ook de buitenruimte niet vergeten. Spijkerman: “De steigers zijn nog uit de steenkooltijd, steenkool kwam met schepen naar de haven, er liep een treintje over het terrein, de rails liggen er nog.”
Poll: “ Maar er is meer te zien en te doen op het Koelwaterhalterrein. Je kunt langs het hevelhuisje lopen, waar vroeger water door naar binnen werd gepompt, dat is nu in gebruik als interieurshop binnen het Koelwatercollectief. In het hijsgebouw zitten meerdere ateliers, en ook een vintageshop. Je kunt hier een wandeling maken over de dijk, uitkijken over het terrein waar al beelden staan, en zo ook op de dijk een frisse neus halen en wat drinken in horecagelegenheid STROOM.” Dus tijdens onze openingstijden biedt onze locatie meer dan alleen kunst kijken”.
Het energieverleden van de hal wordt verbonden met de duurzame toekomst van het gebouw. “Voor ons is nog de crux om het verhaal van de IJsselcentrale rond te maken, om kunst, erfgoed en duurzaamheid met elkaar in verband te brengen”, zegt Spijkerman. De stichting wil bezoekers uiteindelijk niet alleen laten zien hoe de centrale vroeger werkte, maar ook hoe de locatie zich ontwikkelt naar een nieuwe omgang met energie. Poll: “Ronald wil de hal off-the-grid, dus compleet zelfvoorzienend wat betreft energie. Dat is toekomstmuziek maar we nemen het mee in onze beslissingen.”
Vriendenprogramma
De stichting wil toeristen uit binnen- en buitenland trekken. Poll en Spijkerman hopen dat Zwollenaren de weg ook weten te vinden. “In de zomer als het mooi weer is, lukt dat wel. Mensen komen hier langs gefietst en besluiten spontaan af te stappen, maar we willen dat meer mensen gericht komen”, zegt Spijkerman. “Bezoekers zijn enthousiast. Maar hoe laat je ze de eerste stap zetten om te komen? Je moet een stukje fietsen om hier te komen.”
Het doel is een vaste stroom terugkerende bezoekers uit Zwolle op gang te brengen. De stichting heeft daarom ook een vriendenprogramma waarmee vaste bezoekers onbeperkt naar binnen kunnen. Poll: “Deze plek is de moeite waard om meerdere keren per jaar te bezoeken omdat het in ontwikkeling is en verandert, binnen en buiten. Dan hoef je ook niet elke keer alles in één keer te bekijken. Dat maakt het heel laagdrempelig. En je hebt de kaart er zo uit.”
Zomer
De Koelwaterhal is nu alleen van mei tot oktober, geopend. De stichting wil die periode in de toekomst verlengen. Daarvoor moet onder meer het binnenklimaat beter beheersbaar worden. “De hal heeft ruim achthonderd ramen”, zegt Poll. “Aan één kant van de hal zijn die vernieuwd, de andere kant volgt mogelijk al deze winter.”
Maar behaaglijk verwarmde museumzaal hoeft de Koelwaterhal volgens Spijkerman niet te worden. “Voor de kunst moet het goed zijn, en je moet wel kunnen rondlopen, desnoods met de jas aan. Dat is uiteindelijk ook de charme, het past bij wat we willen zijn.”























