
Roos Gerritse vindt dat ZAC nog wel meer in haar mars heeft
· leestijd 1 minuut SportAMATEURVOETBAL - Ook dit seizoen krijgt de Salverda Topscorers Trofee weer wekelijks aandacht in De Swollenaer, op de website en op Facebook. Natuurlijk, je hebt nog steeds de sluwe spitsen, de gehaaide goaltjesdieven en degenen die vaak een vinkje scoren, maar er is meer. Voetballers en -sters met een opmerkelijk verhaal of met een opvallende scoringsdrift komen ook aan bod. Deze week is de beurt aan Roos Gerritse (18) van ZAC.
(door Erik Riemens)
Jullie wonnen zaterdag met 2-1 van Oranje Nassau 2. Hoe kijk je erop terug?
“Ik ben blij dat we toch gewonnen hebben, want normaal kunnen we als team heel goed voetballen, maar dat lieten we zaterdag niet zo zien. De tegenstander was ook behoorlijk fysiek en daar hebben wij het meestal wat moeite mee.”
Maar toch, jullie zijn gepromoveerd naar de eerste klasse, hebben drie van de vier competitieduels gewonnen en zijn door in de beker Alleen tegen Be Quick’28 2 ging het mis met 7-6. Hoe verklaar je dat?
“Die wedstrijd tegen Be Quick’28 leek meer op handbal. Dat sloeg eigenlijk nergens op, ha, ha. We hebben vorig jaar ook regelmatig tegen eersteklassers gespeeld, dus we waren wel wat gewend. Bovendien hadden we dit seizoen niet te hoge verwachtingen. We staan nu vierde, dus dat is prima.”
Zelf sta je al op zeven gescoorde doelpunten. Ben je zo’n afmaakster?
“Nou, niet echt. Ik ben bij ZAC begonnen bij de jongens en daar scoorde ik weleens, maar niet supervaak of zo. Ik ben een buitenspeelster die zowel rechts maar meestal linksvoorin staat. ik moet het vooral van mijn snelheid hebben, waardoor ik in de ruimtes achter de verdediging kan komen. Ook heb ik wel een redelijk goed schot. Op die manier heb ik - afgelopen zaterdag dan niet - al een paar keer gescoord.”
De vraag is waar dit gaat eindigen voor promovendus ZAC Dames 1?
“Eerlijk gezegd had ik verwacht dat er in de eerste klasse toch wat meer voetballende ploegen waren, maar je komt toch wel een aantal teams tegen, die ook echt fysiek zijn. Zelf merk ik niet zoveel verschil tussen de eerste en tweede klasse. Hoewel het seizoen nog maar net begonnen is en we dus nog niet tegen alle ploegen hebben gespeeld, kunnen wij zeker goed mee komen en hoeven we echt niet naar onderen te kijken.”
“Sterker nog, ik vind dat zoals we nu spelen, we bovenin kunnen blijven meedraaien en wie weet wat er dan nog mogelijk is.”
Je bent 18 jaar en hebt nog een voetbaltoekomst voor je. Hoe zie je die?
“Zoals ieder jaar heb je in elk team de nodige wisselingen. Dit is mijn tweede seizoen in het eerste en zit hier prima op mijn plek. Voorlopig blijf ik hier dus nog wel voetballen.”































