De Thorbeckegracht 11.
De Thorbeckegracht 11. Foto: Ingrid Oosten

Zwolle en zijn koloniale geschiedenis 4 : Thorbeckegracht 11

· leestijd 2 minuten Algemeen

In een reeks van vijf gebouwen gaan we deze zomer door de koloniale geschiedenis van Zwolle. Zwolle staat niet bekend om haar koloniale verleden, toch zijn er nog sporen uit die tijd terug te vinden op hedendaagse gebouwen. Elly Touwen-Bouwsma is onze gids. Zij is historisch antropoloog en medeoprichtster van de website www.koloniaalerfgoedtevoet.nl. In dit vierde deel gaan we naar de Thorbeckegracht 11.

(Door Ingrid Oosten)

In dit statige huis is de latere staatsman Johan Rudolph Thorbecke op 14 januari 1798 geboren, toen de Thorbeckegracht nog De Dijk heette. De familie Thorbecke was één van de belangrijkste factoorfamilies in Zwolle. (Een factoor is een tussenpersoon die de inkoop, verkoop en ruilhandel regelde.) De familie Thorbecke handelde aanvankelijk in allerhande waren, maar na verloop van tijd handelden ze vooral in tabak en snuiftabak. De familie kwam vanuit Osnabrück als Luthers gezin in het voornamelijk gereformeerde Zwolle terecht, waardoor ze werden gedoogd maar niet werden toegelaten in het bestuur van de stad.

De staatsman Thorbecke werd in een roerige tijd geboren; de Franse revolutie was gaande en er waren veel oorlogen. Dat zorgde ervoor dat de handel stokte en er geen geld binnenkwam bij de handelsfamilie Thorbecke. Maar ondanks de precaire financiële situatie zorgde vader Thorbecke ervoor dat zijn twee zonen een goede opleiding genoten. Johan vertrok al jong naar Amsterdam om daar te gaan studeren. Hij woonde bij de Lutherse dominee Georg Sartorius in huis.

Na omzwervingen in Duitsland en België keerde Thorbecke terug naar Nederland. In 1848 wordt er door koning Willem II een commissie in het leven geroepen met als opdracht een nieuwe Grondwet te ontwerpen. En daar kent iedereen Thorbecke van, want door deze Grondwet werd Nederland een moderne staat.

Hij heeft daarna drie liberale kabinetten geleid. Zijn tweede kabinet was in 1863 verantwoordelijk voor de afschaffing van de slavernij, al gebeurde dat niet op zijn initiatief. Thorbecke was bang dat als er geen arbeiders meer waren de zaken failliet gingen. Ook was hij het eens met de plantage eigenaren die dachten dat “De Neger in zijn actueelen toestand vrij verklaard, vragen om problemen was. Daarom hoe wensechelijk de afschaffing van de slavernij op zich zelve ook zijn moge, zullen echter alle Emancipatie-plannen of voor een blanke onbillijk, of voor de eigenaren van der slaven onregtvaardig of ruïneus, of voor den handel en de welvaart van de Staat noodlottig worden.”

Het is onmogelijk dat Thorbecke niet wist hoe slaven behandeld werden op plantages, in mijnen en in huishoudens. Want al voor zijn geboorte liet een Zwollenaar genaamd Joan Derk van der Cappellen in 1778 een tegengeluid liet horen, toen hij verklaarde dat de natuur ‘geene meesters en slaaven’ kende.

Toch werd de slavernij in de Nederlandse koloniën afgeschaft in 1863. Dit kwam omdat er een clausule in de wet kwam voor het schadeloosstellen van het verloren ‘Bezit’. Dat geld kwam uit de enorme winsten van het cultuurstelsel op het eiland Java. De Javanen waren namelijk van 1831 tot 1870 verplicht om 20% van hun opbrengsten voor de Europese markt te verbouwen. Tot 1873 moesten de slaafgemaakten in Suriname nog onder toezicht blijven doorwerken op de plantages. Daarna waren ze pas vrij om te gaan en staan waar ze wilden.

In Zwolle woonden meerdere aandeelhouders in Surinaamse plantages die gecompenseerd werden. Per slaafgemaakte werd gemiddeld 330 gulden uitbetaald.
Thorbecke had dus ondanks al het goede wat hij voor Nederland heeft gemaakt wel degelijk een blinde vlek. Hij zag mensen als economische factor en bezit waarmee je kon handelen.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.