
Vijftig jaar DIFF: dansplezier als stevig fundament
· leestijd 5 minuten Rondje SwolleZWOLLE – Wat begon in een gymzaal in Holtenbroek, groeide in vijftig jaar uit tot een veelzijdige dansschool met zeven locaties en elf studio’s. DIFF Dance Centre viert dit jaar een bijzonder jubileum. Oprichtster Ria van Diffelen (75) en haar dochter Claudia de Rijter (42) kijken terug én vooruit. Want hoewel de danswereld in een halve eeuw sterk veranderde, bleef de kern van DIFF altijd hetzelfde: iedereen is welkom en plezier staat voorop.
(door Michael Kroegman)
Voor Claudia voelt het vijftigjarig bestaan vooral als een eerbetoon aan haar moeder. “Ik ben natuurlijk niet al die vijftig jaar bij de dansschool betrokken geweest”, vertelt ze. “Daarom vind ik dit in de eerste plaats een jubileum voor mijn moeder. Het is een moment om stil te staan bij wat zij in al die jaren heeft opgebouwd. Zij heeft de basis en het fundament van de dansschool gelegd.”
Opvallend genoeg begon Ria zelf helemaal niet als iemand die per se wilde dansen. Ze was zestien toen ze voor het eerst naar dansles ging. “Ik moest van mijn vader, maar ik wilde eigenlijk helemaal niet”, herinnert ze zich. “De eerste zes of zeven keer heeft hij me met de auto gebracht. Daarna vond ik het toch wel erg leuk.”
Dat bleek het begin van een leven dat vrijwel volledig in het teken van dans zou komen te staan. Na enkele jaren deed Ria mee aan wedstrijden. Haar vader grapte destijds dat hij haar misschien beter nooit naar die eerste les had kunnen brengen, omdat ze daarna nauwelijks nog thuis was. Ria danste met de zoon van haar dansleraar en samen werden ze Nederlands kampioen in hun klasse.
Naar de Kamer van Koophandel
Het idee om een eigen dansschool te beginnen ontstond niet achter een bureau en kwam evenmin voort uit een uitgebreid ondernemingsplan. Het was meneer Wiering, een dansleraar bij wie Ria al lessen verzorgde, die op een dag bij haar voor de deur stond.
“Hij zei: ‘Ik ga met jou naar de Kamer van Koophandel en ik schrijf je in. Jij moet je eigen dansschool beginnen, want ik weet dat je het kunt.’ Voor ik het wist, stond ik ingeschreven. Toen dacht ik: ja, en nu?”
Ria huurde gymzalen bij verschillende scholen in Holtenbroek. De Casimirschool bij de Hoge Brug werd haar eerste vaste plek. Vanuit die eenvoudige start groeide de dansschool stap voor stap. Niet door zo snel mogelijk groot te willen worden, maar door jarenlang consequent les te geven en mensen aan zich te binden.
Inmiddels telt DIFF zeven locaties en elf studio’s. Niet iedere locatie is zeven dagen per week geopend; op enkele plekken worden één of twee dagen per week lessen gegeven. Toch is de uitbreiding aanzienlijk. Dat deze groei juist samenvalt met het vijftigjarig jubileum is volgens Claudia vooral toeval.
“Ik keek al langer naar mogelijkheden om verder te groeien”, legt ze uit. “Ik wilde onderzoeken waar voor mij nieuwe uitdagingen lagen. Eerder hebben we ook naar andere locaties gekeken, maar toen kwam er niets passends uit. Nu kwamen er mogelijkheden op ons pad die veel concreter waren.”
De komende jaren ligt de nadruk daarom niet direct op nóg meer uitbreiding. Eerst moeten de nieuwe locaties zich goed kunnen ontwikkelen. “We willen daar tijd en aandacht in investeren”, zegt Claudia. “Een nieuwe locatie staat niet binnen een week precies waar je hem wilt hebben.”
Moeder en dochter
Claudia nam ongeveer vijftien jaar geleden steeds meer werkzaamheden en verantwoordelijkheden van haar moeder over. Tegenwoordig runnen moeder en dochter de dansschool samen, al is de taakverdeling duidelijk. Claudia houdt zich bezig met de organisatie, de medewerkers en de ontwikkeling van DIFF. Ria is nog altijd actief als docente stijldansen en pakt daarnaast talloze praktische werkzaamheden op.
“Ik ontvang mensen achter de balie, ruim op, doe twee keer per week de was en zorg dat de kleding voor de eindvoorstelling in orde komt”, somt Ria op. “Ik haal een pakketje op, ga naar de winkel en zorg dat er melk is. Allemaal dingen waar Claudia door haar andere werkzaamheden niet altijd aan toekomt.”
Samenwerken als moeder en dochter levert volgens hen weinig grote botsingen op. Ria laat nieuwe plannen vooral aan Claudia over. “Als zij met een idee komt en vraagt wat ik ervan vind, zeg ik meestal: doe maar. Jij bent nu de eerste baas. Ik vind het heerlijk dat zij dit doet en ze doet het geweldig.”
Claudia noemt haar moeder vakbekwaam, pragmatisch en oplossingsgericht. Vooral tijdens de stijldanslessen ziet ze Ria helemaal in haar element. “Ik ken niemand die zo goed en gemakkelijk stijldansles geeft als mijn moeder. Ze doet dat inmiddels al ruim vijftig jaar. Als ze na een les zegt: ‘Ik heb zo lekker lesgegeven’, dan zie je hoe gelukkig ze daarvan wordt.”
Met name het lesgeven aan beginners vindt Ria prachtig. Daar begint zij bij de basis. Zelfs goed lopen is volgens haar iets wat mensen soms opnieuw moeten leren. “Sommige mensen lopen vooral op hun tenen en werken zichzelf daardoor tegen in hun beweging. Ik begin met de techniek. Je kunt iemand iets maar één keer voor het eerst leren. Daarna ben je soms al bezig met afleren.”
Ria geniet ook van het contact met haar cursisten. Ze merkt dat mensen zich betrokken voelen bij de lessen. Wie niet kan komen, belt af. Wie meerdere lessen heeft gemist, vraagt om een extra les om de achterstand in te halen. “Ik vind het heerlijk dat ik mensen dan de gelegenheid kan geven om weer bij de groep aan te sluiten.”
Een warm bad
Het DNA van DIFF bestaat volgens Claudia uit vakmanschap, discipline, persoonlijke aandacht en vooral plezier. Binnen de dansschool moet ruimte zijn voor verschillende ambities. De één wil één keer per week ontspannen dansen met vrienden, terwijl de ander droomt van een professionele loopbaan of deelname aan wedstrijden.
“Die twee kunnen hier naast elkaar bestaan”, vertelt Claudia. “Ze leunen op hetzelfde fundament: iets doen wat je leuk vindt, wat je motiveert en wat je letterlijk en figuurlijk in beweging zet. Zonder plezier en succesbeleving ontwikkel je je niet.”
Claudia denkt daarbij aan jonge kinderen die voor de eerste keer voorzichtig de dansschool binnenstappen. “Voor een kleuter kan zo’n eerste les ontzettend spannend zijn. Dan is het aan ons om een warm bad te creëren en een lieve, goede dansdocent voor de groep te zetten die dat uur bijzonder maakt.”
Iedereen wordt daarbij op dezelfde manier ontvangen. “Of iemand nu nog helemaal niet kan dansen, redelijk goed is of uitzonderlijk veel talent heeft: iedereen is bij ons gelijk en voor iedereen staat de deur open”, benadrukt Ria.
Wie ambitie heeft, krijgt binnen DIFF wel alle ruimte om door te groeien. Kinderen kunnen jong beginnen en uiteindelijk deelnemen aan grote nationale of internationale wedstrijden. Zo bereikten dansers van DIFF zelfs het wereldkampioenschap hiphop. Maar groei en prestaties mogen nooit ten koste gaan van het vertrouwde karakter van de dansschool.
“Groot worden is niet ons doel op zichzelf”, zegt Claudia. “De groei gebeurt, we omarmen die en vinden het een mooie uitdaging. Maar bij iedere stap vragen we ons af: kunnen we dit nog steeds als DIFF doen? Kunnen we op iedere locatie dezelfde kwaliteit en persoonlijke benadering bieden? Als uitbreiding betekent dat ons product verandert, moeten we het niet doen.”
Vijftig jaar mensen verbinden
Volgens Claudia zit de echte prestatie dan ook niet in één succesvolle voorstelling, één wedstrijdtitel of één bijzonder dansseizoen. “Eén keer een goede les geven is fantastisch. Maar vijftig jaar lang mensen aan je weten te binden, is een totaal ander verhaal. Dat is echt een vak.”
Daarvoor moet een dansschool voortdurend blijven investeren in kwaliteit. Docenten moeten zich ontwikkelen en dansers moeten zich gezien, geïnspireerd en gemotiveerd voelen. Ook het team moet met plezier kunnen werken. “Je kunt steeds kijken naar grote pieken of nieuwe plannen”, zegt Claudia. “Maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit die je iedere dag opnieuw levert.”
Zelf volgde Claudia vanaf jonge leeftijd de vooropleiding en later de hbo-dansopleiding aan Fontys in Tilburg. Ze deed podiumervaring op, danste wedstrijden en bleef aanvullende opleidingen volgen. Die nieuwsgierigheid past bij haar. “Ik wil graag nieuwe dingen ontdekken. Je moet mij niet alleen maar repeterend werk laten doen, want dan ga ik al snel nadenken over wat we nog meer zouden kunnen ontwikkelen.”
Ria denkt voorlopig niet aan stoppen. De dansschool is voor haar veel meer dan alleen een werkplek. “Dit is mijn vak en eigenlijk ook mijn huiskamer”, zegt ze. “Thuis ben ik alleen en dat vind ik soms best vervelend. Hier zijn de mensen en hier is altijd iets te doen. Zolang ik het leuk vind, het nog begrijp en Claudia mij er niet uitzet, blijf ik gewoon komen.” Er wordt hard gelachen.
Claudia lijkt voorlopig niet van plan haar moeder de deur te wijzen. Daarvoor is haar aanwezigheid te waardevol en zit DIFF te diep in hun beider leven verweven. Na vijftig jaar draait de dansschool nog steeds op dezelfde energie waarmee Ria ooit haar eerste gymzaal binnenstapte: aanpakken, blijven leren en vooral samen plezier maken.




























