
Nieuwe fase beachvolleybalcoach Reinder Nummerdor
· leestijd 2 minuten SportBEACHVOLLEYBAL - Deze week is Reinder Nummerdor (46) in Gstaad in Zwitserland, waar een elite beachvolleybaltoernooi op de kalender staat. De Zwollenaar is al vijf jaar assistent-bondscoach bij de mannen. Daardoor vliegt hij in een jaar bijkans de hele wereld over, maar voor hoe lang nog? “Ik ben nu in fase beland, van wat wil ik?’’
(door Erik Riemens)
Eerder dit jaar was Nummerdor in Letland, Tsjechië en in Mexico. In dat laatstgenoemde land vindt in oktober ook het WK plaats, met in augustus nog het EK in Wenen. “Nadat ik 2016 stopte als beachvolleyballer, ben ik er twee jaar uit geweest. Dat was wel goed voor mij. Vervolgens werd ik in 2018 assistent-bondscoach, eerst van Gijs Ronnes, daarna van Victor Anfiloff en nu van Michiel van der Kuip. Tussendoor was ik ook nog eventjes interim-bondscoach.”
Oefening
“Ik doe dit niet fulltime. Als ik in Nederland ben, werk ik drie dagen in Den Haag. Ik geef daar ook training, maar vind mezelf meer een coach. Dat past ook beter bij mij. Als trainer ben ik te veel bezig met ‘loopt de oefening wel goed?’ Ik ben meer van het analyseren en observeren tijdens de wedstrijd. Coachen vind ik een fijne rol, al staat het reizen tussen Zwolle en Den Haag mij wel steeds meer tegen. Met twee opgroeiende kinderen en veel weg van huis, is het af toe best lastig plannen.”
En dan strekt het beachvolleybalseizoen zich tegenwoordig ook nog eens uit over tien maanden, tussen februari en november. “Dat waren er eerst vijf. We trainen vier mannenteams en we doen de coaching tijdens de toernooien. Je hebt drie soorten toernooien: de elite, de challenge en de future. Om eerlijk te zijn is het tot nu toe een moeizaam seizoen, als je bedenkt dat we een keer tweede werden op zo’n challengertoernooi. En goed presteren is belangrijk, want zo kwalificeer je je voor de Olympische Spelen in Parijs in 2024. Er zijn maar twee Olympische plekken per land, dus we hebben te maken met een onderlinge strijd.”
Hotelkamer
Nummerdor, die acht jaar topvolleybal speelde in de Italiaanse zaalcompetitie, weet als geen ander wat de magie van de Olympische Spelen inhoudt. Hij nam maar liefst vijf keer deel. Als volleyballer in de zaal in 2000 en 2004 en in 2008, 2012 en 2016 als beachvolleyballer. Tweemaal met Richard Schuil, waarmee hij ook drie keer Europees kampioen werd en in 2016 samen met Christiaan Varenhorst. Met hem aan zijn zijde, won Nummerdor in 2015 tijdens het WK in eigen land zilver. Hij weet dus als geen ander wat het is, om op topniveau te spelen en te pieken.
“Het mooie van beachvolleybal vind ik dat je zelf oplossingen moet zoeken, omdat je maar met zijn tweeën bent, dan moet je wel. Een goed duo in het beachvolleybal snapt van elkaar hoe ze denkt en heeft aan één woord genoeg. Je hebt een lange blokkeerder nodig en een goede verdediger. Communicatie is - naast dat je het ook wel met elkaar moet kunnen vinden, omdat je heel veel samen op de hotelkamer ligt - heel belangrijk. Daar let ik als coach ook op. Door te observeren en te analyseren. Hoe praten ze met elkaar? Maar ook hoe is hun technisch handelen en voeren ze de tactiek wel goed uit?”
Concurrenten
De vraag plopt op, hoe goed Nederland is in beachvolleyballand. Het antwoord is verrassend. “De laatste jaren is er echt sprake van een verschuiving. Eerst waren de Amerikanen en Brazilianen altijd de besten, nu komen de sterke landen allemaal uit Europa. Zweden is bijvoorbeeld Europees kampioen en Noorwegen zelfs regerend Olympisch en wereldkampioen, zij winnen bijna alles.”
“Dat wij vier mannenteams hebben, is goed voor Nederland. We zijn podiumkandidaten, al valt het dit seizoen tot nu toe wat tegen. De kracht van ons programma zijn die vier teams. die samen trainen. Op die manier jutten ze elkaar enorm op. Eigenlijk zijn het grote concurrenten van elkaar en dat komt het spel écht ten goede. Daarnaast is de zichtbaarheid van de sport op televisie enorm belangrijk, Ook zou het goed zijn voor het beachvolleybal als goede zaalvolleyballers in de zomer gaan beachvolleyballen en in de winter gewoon in de zaal spelen. Alleen dat gebeurt niet, omdat de echte volleybaltoppers in de zaal tien keer zoveel verdienen als op het zand.”
Zou in dat kader betere faciliteiten, zoals overdekte beachsportaccommodaties uitkomst bieden? Dat betekent veel en vaker kunnen trainen. “Jaren geleden was ik daar in Zwolle nog bij betrokken, samen met onder andere Diederik Meijntjes. Er is toen nog een gesprek geweest met wethouder René de Heer. Jammer genoeg is dat uiteindelijk niets geworden.”































