Afbeelding
Foto: Sam Wolting

Zwolse Bruisweek start zoektocht naar vrijwilligers

· leestijd 1 minuut Algemeen

ZWOLLE - De HBO Bruisweek, dé introductieperiode, voor studerend Zwolle komt dit jaar terug. Het driedaagse HBO programma vindt dit jaar plaats van maandag 29 augustus tot en met woensdag 31 augustus. Daarvoor moeten nog wel vrijwilligers gevonden worden.

 Maar liefst vierduizend studenten overnachten twee dagen op de speciaal daarvoor ingerichte Bruiscamping op de Marslanden. Daarnaast is er een MBO Bruisdag op woensdag 7 september. Binnen de Bruisweken zijn zo’n 150 vrijwilligers actief op tal van vlakken. De vrijwilligers bepalen het gezicht en de sfeer van de Bruisweken. Elk jaar is Buro Ruis dan ook op zoek naar vrijwilligers om het team te versterken. Ga voor meer informatie of om aan te melden naar www.bruisweken.nl.

“Zowel voor als achter de schermen wordt door iedereen al maanden hard gewerkt om de studenten een fantastische introductietijd te laten beleven. Of het nu gaat om het opbouwen van de verschillende locaties, de Bruiscamping, het tappen van een biertje bij het Bruisconcert, het opvangen van artiesten of het uitvoeren van programma onderdelen; vrijwilligers zijn onmisbaar voor de organisatie, aldus Bruisweken coördinatrice Nienke Salet. “Als eerstejaars student ga je met je klas drie dagen lang op pad. Je mentoren (ouderejaars van je opleiding) laten de studenten proeven van het studentenleven en wat Zwolle, hun opleiding en Buro Ruis te bieden hebben. Zo is er bijvoorbeeld een rondleiding door de binnenstad waarbij je alle studentenhotspots ontdekt.” 

Het avondfestival biedt veel leuke feesten, comedyacts in het theater, games, films, livemuziek, dance in Hedon en vooral heel veel gezelligheid in de Zwolse binnenstad, zegt Salet. “Het jaarlijkse hoogtepunt van de Bruisweken is het Bruisconcert dat dit jaar verplaatst van het Grote Kerkplein naar Park de Wezenlanden. Dit jaar komen bekende artiesten als WIES, Flemming en Blanks optreden. Het concert is vrij toegankelijk voor de hele stad.”

Enrico Kolk