Afbeelding
Foto: Unsplash

Verdachte in strafzaak rond Thais prostitutienetwerk hoeft huis niet uit

· leestijd 1 minuut Algemeen

ZWOLLE (JPZ) – De 40-jarige Zwollenaar die een van de verdachten is in een groot strafrechtelijk onderzoek naar een illegaal Thais prostitutienetwerk hoeft zijn woning niet uit. DeltaWonen vorderde ontruiming maar de rechtbank vindt dat de corporatie onvoldoende aannemelijk maakt dat de woning gebruikt is voor illegale prostitutie.

De man zit in voorarrest tot enkele dagen voor het kort geding twee weken terug diende. De corporatie zag in het voorarrest al een duidelijk teken dat de man inderdaad hoeren vanuit zijn woning te werk had gesteld. Eind 2021 kreeg de woningcorporatie al het vermoeden dat er iets niet in de haak was. Omwonenden maakten melding van veel mannen die het huis plat liepen. “Het was er drukker dan bij de Albert Heijn’’, zo verwoordde een medewerker van de corporatie het. Toen hij aanbelde, deed een vrouw open. Hij herkende haar later van foto’s die de politie hem toonde. De vrouw was een prostituee.

In mei 2022 noteerde de corporatie nog ‘drie summiere meldingen’ van omwonenden. Het logboek met al dit ‘bewijsmateriaal’ is weinig concreet, vindt de rechter. “Dat komt mede doordat de medewerkers van DeltaWonen de meldingen van buurtbewoners of de politie in eigen woorden hebben ‘vertaald’.’’ Daardoor kan de voorzieningenrechter niet nagaan wat er uit eerste hand is geconstateerd. De bewoner zelf zei dat zijn ex-vrouwen en zijn vriendin veelvuldig in zijn woning waren. Mogelijk hebben de meldingen van omwonenden betrekking op hen. Dit scenario wordt onvoldoende weersproken met wat de corporatie inbracht. Zo is de fotoherkenning van de prostituee niet concreet onderbouwd. Bovendien betekent dat niet meteen dat de woning voor prostitutie is gebruikt.

Dat de man verdachte is in een strafzaak rond een prostitutienetwerk, maakt niet dat hij er daadwerkelijk schuldig aan is, merkt de rechter op. De man ontkent elke betrokkenheid. Dat hij 8 maanden lang de woning in Zwolle niet als hoofdverblijf had, was voor de corporatie ook voldoende om ontruiming te eisen. Hij heeft zo immers niet aan de huurvoorwaarden voldaan. Hij woonde er niet domweg omdat hij die tijd in voorarrest zat. Inmiddels woont hij er wel weer en heeft hij al die tijd zijn huur doorbetaald. De rechtbank vond het al met al onvoldoende om de ontruiming toe te kennen.

Gerard Meijeringh